×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

Anthony Lurling vertelt over Kees Kroket, carnaval en amateurvoetbal

TB
Tim van Boxtel, Foto's door: Roos Pierson

February 23, 2018, 12:00

"Dan kwamen we om 07.15 uur zo zat als een toeter thuis, waarna we om 08.30 uur weer moesten uitlopen bij de club."

De Messi van Breda is na zijn carrière niet begonnen aan een glansrijk tweede leven vol glitter en glamour, maar geniet van de rust als huisman in het Brabantse dorpje Engelen. Anthony Lurling staat tegenwoordig twee keer per dag de haren van zijn hond Puck op te zuigen, kijkt Goede Tijden Slechte Tijden met zijn gezin en brengt zijn talentvolle dochter naar het kunstschaatsen.

Heel af en toe bezoekt hij nog weleens een wedstrijd van NAC, waarbij hij dan het liefst tussen de harde kern staat met een biertje in zijn hand. Verder geniet hij van het leven als amateurvoetballer in de derde klasse, waarbij hij op het veld nog altijd even fanatiek is als vroeger. VICE Sports zocht de aanvaller op voor een gesprek over melige interviews, ruzie bij Kees Kroket en het kampioenschap in de vierde klasse.

VICE Sports: Ha Anthony, hoe gaat het met je?
Anthony Lurling: Ik ben moe man. Ik heb een week lang volop carnaval gevierd en daar merk ik de gevolgen nog van. Nu ben ik weer aan het voetballen, ik heb zondag een wedstrijd gespeeld en dat is even pittig na een rustperiode van een paar weken. Ik was blij toen de scheidsrechter affloot.

Dat volop feesten ben jij natuurlijk niet gewend als oud-prof.
Nou, dat denkt iedereen, maar bij NAC gingen we na de wedstrijd regelmatig een biertje drinken en op carnavalsmaandag altijd de kroeg in. Dat was super, dan waren we met een man of twintig van de club allemaal hetzelfde verkleed: het ene jaar als holbewoners, dan weer als kapiteins of nerds. We stonden dan om 14.00 uur al in het café en kwamen daar om 04.00 pas weer uit. Ik ben als profvoetballer sowieso nog best regelmatig gaan stappen. Vooral bij Heerenveen, toen was ik begin twintig, vrijgezel en hadden we een hele leuke, jonge selectie. Dan kwamen we om 07.15 uur zo zat als een toeter thuis, waarna we om 08.30 uur weer moesten uitlopen bij de club.

Hoe bevalt je huidige leventje?
Prima! Ik heb nooit last gehad van het zwarte gat, had daar geen tijd voor. Ik ben vorig seizoen gelijk de spitsen van FC Den Bosch en de JO14-1 en JO19-1 van FC Engelen gaan trainen. Ik heb ook mijn trainerspapieren gehaald en ben zelf in het eerste van FC Engelen gaan spelen. Met die spitsen van FC Den Bosch ben ik na vorig seizoen gestopt, daar was geen ruimte meer voor bij de club. Maar het is zeker niet zo dat ik helemaal wil stoppen met werken.

Ik wil toch volgens een bepaalde standaard blijven leven en heb niet zoveel verdiend dat ik de rest van mijn leven stil kan zitten. Ik heb nu een soort tussenjaar, maar wil daarna weer aan de bak. Ik hoop trainer te worden in de jeugd van een betaald voetbalorganisatie, wil weleens meemaken of dat me ligt. Bij FC Engelen sta ik voor de training de ballen op te pompen, pionnen te zoeken en telefoontjes te beantwoorden van spelers die opeens niet meer kunnen.

Hoe is het voetballen bij de amateurs voor een fanatieke speler als Anthony Lurling?
Ik heb in het begin moeten wennen. Dan deden we een simpele passvorm op de training, speelden die gasten vier van de vijf ballen meters naast me. Dan dacht ik: hoe kan dat? Maar na een paar weken ging die knop om en genoot ik gewoon van het spelletje. Ik blijf wel even fanatiek tijdens de wedstrijd, of ik nou voor 90.000 man met 1. FC Köln bij Borussia Dortmund speel of voor 25 man in Engelen. Dat maakt voor mij geen verschil, ik wil altijd winnen en ben er nog altijd ziek van als we verliezen. Soms vind ik dat wel erg van mezelf, dan denk ik: doe nou eens even rustig aan man. Maar dat zit in me. Ik kan er ook niet tegen als ik thuis een potje sjoelen van mijn schoonvader verlies.

Hoe reageren tegenstanders op jou?
Heel verschillend. Vorig jaar speelden we tegen drie ploegen uit Tilburg, dat was niet altijd even gezellig voor mij als NAC’er. Soms werd ik dan 90 minuten lang uitgescholden, riepen ze “Lurling teringjong” en zochten ze me constant in het veld.

Hoe reageer jij daarop?
Wat denk je, haha? Ik kan incasseren, maar deel er dan ook wel een uit. Eén keer ben ik echt uit mijn slof geschoten. Toen trapte een jongen me na, waarna ik heel boos werd. Ik riep: “Als jij nog eens bij me in de buurt komt, moet je heel hoog springen.” Daarna is er niets meer gebeurd gelukkig. Ik vind harde duels prima, maar natrappen maakt me echt pissig.

Was het aan jou te danken dat FC Engelen in het eerste seizoen na jouw komst gelijk kampioen werd?
Nee, we hadden vorig jaar gewoon een veel te goed team voor de vierde klasse. We werden kampioen met meer dan honderd doelpunten voor en twintig punten voorsprong, dat was echt veel te makkelijk. Soms stonden we in de rust al met 8-0 voor.

Klopt het dat je tegenwoordig zelfs als laatste man wordt gebruikt?
Ja, haha! Door blessures misten we een opbouwer in de verdediging. Toen ben ik daar gaan spelen en dat bevalt goed tot nu toe, ik win zelfs kopduels! Ik ben geen harde verdediger hoor, moet het puur van mijn inzicht hebben. Ik lees de looplijnen van de aanvallers en weet vaak ongeveer wel waar de bal terechtkomt.

Kom je eigenlijk nog weleens in een voetbalstadion?
Ik ga nog regelmatig bij NAC kijken. Dan zit ik weleens bij de harde kern op de B-side. Dat is altijd heel leuk, daar word ik echt warm onthaald. Mensen komen een praatje maken en willen met me op de foto. Als ik niet zo lekker in mijn vel zit, moet ik eigenlijk naar NAC gaan: daar krijg ik zo’n goed gevoel van.

Jij was tijdens je carrière nogal geliefd bij het publiek en de media, mede doordat je zo eerlijk antwoordde voor de camera en alles op gevoel deed. Maar dat heeft ook voor flink wat problemen gezorgd, heb je daar nooit spijt van gehad?
Zo zit ik nou eenmaal in elkaar, dus ik kan er niet echt spijt van hebben. Het enige wat ik achteraf gezien misschien anders had gedaan, was mijn vertrek bij 1. FC Köln begin 2006. Daar kwam een nieuwe trainer in de winterstop, die me geen speeltijd meer zou geven. Toen ben ik vertrokken, naar RKC gegaan. Ik wilde voetballen. Er ging letterlijk een nul van mijn salaris af door die transfer, maar ik had het geduld niet om te wachten op mijn kans. Achteraf gezien had ik moeten vechten voor mijn plek, want het is zo’n ongelooflijk grote club. Zelfs in de tweede Bundesliga zaten daar 45.000 mensen…

Heb je ook geen spijt van je beslissing om jouw geliefde NAC via de achterdeur te verlaten na 7,5 jaar?
Nee, het ging niet meer tussen mij en trainer Nebojsa Gudelj eind 2013. Het begon al toen hij me op de tribune zette, terwijl ik 7,5 jaar lang basisspeler was geweest. Vervolgens zei hij dat er in het seizoen daarna geen plek meer voor mij zou zijn bij de club. Toen knakte er iets en dacht ik: dan moet ik maar weg. Ik was 36 en voelde me nog te fit om op de tribune te zitten. Het streelde mijn ego dat ik binnen een paar dagen tijd al zeven of acht clubs aan de lijn had. Zelfs Willem II wilde me heel graag hebben. Jurgen Streppel, toen de trainer daar, zei: “Als we kampioen worden in de Jupiler League, zijn ze allang vergeten dat je van NAC komt”. Maar dat leek me geen goed plan.

Hoe kijk je dan terug op je interviews? De ene keer haalde je uit naar je trainer, dan zei je weer dat je vrouw Floor “er alleen maar op hoeft te gaan zitten“.
Wat heeft het voor zin om een interview te geven, als je toch niks te melden hebt? Ik sprak vanuit mijn gevoel, altijd. Die uitspraak over Floor vergeet ik nooit meer. Ik had net de wedstrijd tegen Roda JC beslist, waardoor we erin bleven met NAC. Ik kreeg een publiekswissel, 19.000 man stonden te klappen en mijn naam te scanderen. Diezelfde journalist zei toen: “Als jij geen stijve piemel hebt, weet ik het ook niet meer.” Een paar minuten daarna stond ik voor zijn camera en vroeg hij hoe ik me voelde. Voor ik het wist, flapte die uitspraak eruit. Floor heeft dat nog vaak gehoord, maar ze vond dat gelukkig niet erg. Ik word daar ook nog weleens aan herinnerd, vind het wel een grappig moment.

Waar je ook nog vaak aan herinnerd wordt, is die knokpartij bij Kees Kroket in 2013. Wat is daar nou echt gebeurd?
Eigenlijk bijna niets, maar toch lag ik opeens in een politiebusje. Het was na een wedstrijd van NAC dat een vriend van mij nog even Den Bosch in wilde. Ik had eigenlijk geen zin, maar ben toch even meegegaan. Om 02.30 uur gingen we weg, maar hij wilde nog een snack uit de muur halen bij Kees Kroket. Daar stond een gozer tegenaan geleund. Hij wilde niet aan de kant gaan, omdat hij zag dat mijn vriend bij mij hoorde. Hij zei tegen mij dat ik ‘over twee weken wel weer zou janken’, dan was het Feyenoord – NAC. Hij stapte uiteindelijk weg, maar gaf me in het voorbijgaan met zijn platte hand een tets op mijn achterhoofd. Ik duwde hem weg, waarna hij van een afstapje op de grond viel.

Voor ik er erg in had, lag er een politieagent in burger bovenop me. Ik werd in een politiebusje gegooid en die vriend van mij ook, want die wist niet dat het een agent was en had hem een beuk verkocht. Na een paar uur in de cel mocht ik naar huis, een paar getuigen waren op het bureau komen vertellen dat er niks was gebeurd. Dat verhaal werd vervolgens wel opgeklopt in de media, dat was het enige waarvan ik baalde. Verder vond ik het wel mooi, je moet alles toch eens meemaken.

Hoe bedoel je dat?
In zo’n celletje heb je echt niets behalve een flinterdun matrasje en een belletje, waarop je moet drukken als je iets van de bewaarders wil. Ik heb er ook nog iets leuks aan overgehouden trouwens: vanwege de reclame mochten we met het hele elftal een keer gratis komen eten bij Kees Kroket. Dat is toch niet verkeerd!

Dit is een interview uit de serie Het Nieuwe Leven, waarin gestopte profvoetballers vertellen over hun nieuwe carrières. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.

Logo