×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

De Nederlandse meubelverkoper die een voetbalgod is in Indonesië

DA
Dave Aalbers, Foto's door: Willem de Kam

January 25, 2018, 10:00

“Het gebeurde best vaak dat vrouwen me geld boden voor mijn sperma. Voor zo’n potje kun je zo tussen de 50.000 en 100.000 euro krijgen.”

Kristian Adelmund (30) speelde in jeugdelftallen van Oranje met jongens als Royston Drenthe, Gianni Zuiverloon en Tim Vincken. De verdediger redde het niet als voetballer in Nederland, maar leefde als een popster in Indonesië.

In Azië is Adelmund nog altijd ontzettend populair. Vrouwen wilden zelfs bakken met geld betalen voor een potje van zijn sperma. Door de ziekte van zijn vader keerde de Rotterdammer anderhalf jaar geleden terug naar Nederland, waar hij nu een meubelzaak runt en voetbalt bij de amateurs van Feyenoord. Als het aan hem ligt, stapt hij zo snel mogelijk weer in het vliegtuig. VICE Sports sprak met Adelmund over zijn tijd in Indonesië. Dit is zijn verhaal.


“Het leven hier in Nederland is ontzettend saai na alles wat ik heb meegemaakt in Indonesië. Ik ben nu anderhalf jaar terug, maar ik voel me hier nooit zo gelukkig als daar. Het moment dat het vliegtuig de grond aantikt in Indonesië springt mijn hart open. Ik ben ontzettend impulsief, dus ik kan nu afscheid nemen en vertrekken. Het enige wat me hier houdt, is de zaak. Ik krijg nog dagelijks berichten: ‘Kom terug Adelmund, we missen je!’. In Indonesië verdiende ik goed en leefde ik als een god. Het voelt voor mij als tijdverspilling om mijn dagen in de zaak te slijten. Vaak denk ik: wat doe ik hier eigenlijk nog?

Ik ben ooit begonnen in de jeugdopleiding van Feyenoord, maar doordat ik snel groeide kreeg ik erg last van mijn knieën. Ze stuurden me weg, en Sparta nam me over. Ik ben tot Jong Sparta gekomen, maar ik had nooit de juiste instelling. Ik ging liever op stap en achter de vrouwen aan. Roken en drinken, je kent het wel. Ik stond regelmatig dronken naast trainers aan de bar.

Andere jongens kregen een contract, ik niet. Bij Sparta vonden ze dat ik meer moest gaan leven voor mijn sport. Op dat moment kreeg ik er nog een zware enkelblessure overheen. Sparta heeft in die tijd afscheid van me genomen. Via SHO in de hoofdklasse kwam ik uiteindelijk uit bij VV Capelle in de Topklasse terecht. Opeens kreeg ik een belletje van Lorenzo Rimkus, die ik nog kende uit mijn tijd bij Sparta. Hij had contact met een zaakwaarnemer uit Indonesië en was op zoek naar drie Nederlandse spelers voor de club PSIM Jogja. Ik hoefde niet lang na te denken en zat binnen een paar dagen in het vliegtuig.

Supporters stonden ons al op te wachten op het vliegveld. Ik was een anonieme Nederlander, maar toch was ik direct een held voor die mensen. Ik werd in een goed hotel gezet en kreeg meteen een stapel geld in mijn hand gedrukt. Een van mijn eerste wedstrijden was een uitduel op Sumatra. Eerst tweeënhalf uur vliegen en daarna met kleine busjes tien uur lang in het donker door de bergen heen. De chauffeur was echt een mafkees. Hij reed keihard op stukken waar het levensgevaarlijk was. Vaak was er niet eens een vangrail, dus de afgrond was centimeters naast me. Mijn teamgenoten lagen rustig te slapen, maar ik heb tien uur lang met grote ogen naar de weg gekeken.

We moesten trainen op het veld waar we ook de wedstrijd zouden spelen. Maar serieus, er stonden gewoon nog koeien te grazen. Na de training ben ik in mijn eentje het dorpje gaan verkennen. Ik werd plotseling door wat onbekende mensen een bruiloft ingetrokken. Ze zetten me op het podium en ik kreeg een bord eten in mijn handen gedrukt. Ik hoefde niks te doen, maar de camera’s kwamen tevoorschijn en iedereen begon foto’s te maken.

Bij terugkomst in het hotel hoorde ik dat ik eigenlijk niet naar buiten mocht. Er zaten terroristische groepen in het berggebied en die zouden mij graag ontvoeren. Diezelfde nacht kregen we er nog een heftige aardbeving overheen. Het waren de dagen rond kerst, wanneer je bij je familie hoort te zijn en ik dacht: waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen?

Opeens werd ik niet meer betaald, dus ben ik vrij snel terug naar Nederland gevlogen. Ik dacht: dit was mijn avontuur dan. Maar ik kreeg opnieuw een aanbieding uit Indonesië, van Madura United. De club was net gepromoveerd en ik kreeg meteen de helft van mijn jaarsalaris uitbetaald. Ik ben direct weer die kant op gegaan. Uiteindelijk bleken ze bij Madura United op zoek naar een nummer 10, terwijl ik een centrale verdediger ben. De zaakwaarnemer die mij haalde, had een deal met de coach van de club. De trainer kreeg een percentage van mijn transfer. Het maakte ze geen bal uit. Zelfs als ik keeper was geweest, hadden ze me gepresenteerd als aanvallende middenvelder. Uiteindelijk werd ik er een soort rechtsbuiten en dat ging eigenlijk verrassend goed. Op de helft van het seizoen had ik er vijf in liggen en leverde ik tien assists.

Alles liep lekker en de supporters waardeerden me enorm. Toch werd ik ineens zonder pardon naar buiten gegooid. Op deze manier kon de trainer weer nieuwe spelers halen en weer een percentage in zijn eigen zak steken. Ook al gaat het tegenwoordig iets beter, corruptie blijft een groot probleem in het Indonesische voetbal. Zo heb ik ook weleens een baas van de tegenstander – ik zag dat hij een pistool bij zich droeg – de kleedkamer van de scheids in zien gaan. Daar moet je in Indonesië niet raar van opkijken.

Gelukkig voor mij trok PSS Sleman snel aan de bel. Ik kwam het stadion binnen en wist het meteen: hier wil ik spelen. 35.000 fans stonden heel georganiseerd te springen, te dansen en te zingen. Ik tekende er en heb daar geen moment spijt van gehad. Ik had een sterke band met de supporters en er ontstond een prachtig ritueel. Na een wedstrijd kreeg ik van een journalist ineens een GoPro in mijn hand gedrukt. ‘Doe iets leuks met het publiek,’ zei hij. Onderweg dacht ik: fuck, wat ga ik hemelsnaam doen? Ik zette het lied ‘I can’t stop falling in love with you’ in, dat zongen de supporters wel vaker. Iedereen volgde direct. Ik krijg nog steeds kippenvel als ik die beelden zie.

Mensen in Indonesië adoreren je als voetballer sowieso enorm. Meisjes namen na een training hele gekookte maaltijden voor me mee. Ze vroegen regelmatig of ik met ze mee naar huis wilde. Dat probeerde je dan af te wimpelen, al lag het er natuurlijk aan hoe ze eruit zagen. Het gebeurde best vaak dat vrouwen me geld boden voor mijn sperma. Voor zo’n potje kun je zo tussen de 50.000 en 100.000 euro krijgen. Ik zeg weleens voor de grap: “Als ik ooit in de put zit, weet ik in ieder geval nog één manier om geld te verdienen.”

PSS Sleman was de grote rivaal van mijn eerste club, PSIM Jogja. Ik speelde er een keer in de derby. De supporters hadden het natuurlijk op mij gemunt. Er werd tijdens de warming-up al van alles naar me geroepen en ik kon bijna flessen water terug gaan koppen. Gelukkig is er bij dat soort wedstrijden altijd veel politie en beveiliging op de been, dus ik voelde me wel veilig. Bij de uitwedstrijd was dit een stuk minder goed geregeld. Ik was in eerste instantie opgelucht. Doordat hun stadion werd gerenoveerd, mochten er geen supporters naar binnen. Er stonden drie rijen hekken rondom het veld, maar daarachter mochten de fans wel staan. Ik moest aan de zijkant van het veld op de bal letten en tegelijk stenen ontwijken. Na afloop werden we door de politie in tanks afgevoerd.

Dat soort momenten maak je wel vaker mee in Indonesië. Bij PSS Sleman beleefde ik ook al eens zo’n heksenketel tegen de rivaal Persis Solo. Er mochten geen uitsupporters meekomen naar een wedstrijd, maar uiteindelijk was er een aantal zo dom om te gaan. Een van hen is overleden en een meisje is verkracht in het publiek. Bij het begin van de wedstrijd merkte ik al dat de sfeer grimmig was. Onze rechtsback kreeg een steen op zijn hoofd en lag gewoon knock-out op het veld. De scheids liet gewoon doorspelen! In de rust moesten we met schilden boven ons hoofd richting de tunnel. Toen heb ik gezegd: ‘Trainer, ik ga het veld niet meer in!’ Uit veiligheidsoverwegingen hebben we die wedstrijd niet uitgespeeld. Het is ontzettend frustrerend dat je zo’n wedstrijd dan volgens de reglementen met 3-0 verliest.

Toch heb ik aan mijn tijd bij PSS Sleman voornamelijk goede herinneringen. Zo ben ik er ook kampioen geworden van het tweede niveau. Na het laatste fluitsignaal vielen er mensen huilend in mijn armen. We kregen een rondrit op een platte kar. Zo ver als ik kon kijken, reden er alleen maar scooters achter ons aan. De meeste jongens uit het team waren moslim, maar dat ze niet mogen drinken werd toen even door de vingers gezien. De beker met de datum van het kampioenschap heb ik op mijn voet laten tatoeëren. Op deze manier blijft dat altijd bij me.

Helaas kwam mijn Indonesische avontuur anderhalf jaar geleden op een vervelende manier ten einde. Op dat moment speelde ik bij Persela, een club uit de eredivisie daar. Ik was in Nederland op vakantie toen mijn vader vertelde dat hij bloedkanker had. Ik wilde direct terug naar Nederland om er voor hem te zijn. De tijd die hij nog had, wilde ik graag met hem doorbrengen. De club begreep de situatie en we hebben mijn contract verbroken.

In een van mijn laatste wedstrijden scoorde ik nog een vrije trap van veertig meter, dat maakte me natuurlijk vrij populair. Bij mijn laatste duel waren de supporters constant voor me aan het zingen en er hingen verschillende spandoeken met teksten als: ‘Adelmund we gaan je missen!’ en ‘Sterkte met je vader!’. In de tachtigste minuut liepen de tranen al over mijn wangen. Alle liederen van het publiek waren na de wedstrijd voor mij. Ik kon niet meer stoppen met huilen. Ook bij de persconferentie kreeg ik geen woord uit mijn strot. Ik besefte dat mijn tijd erop zat en ik om een verschrikkelijke reden naar huis moest.

Eenmaal terug in Nederland bleek na een tijdje dat de ziekte niet acuut gevaarlijk is voor mijn vader. Hij kan er gewoon oud mee worden en het gaat nu goed met hem. Ik kan niet wachten om weer terug te gaan. Het kan misschien zo zijn dat ik binnen een half jaar weer vertrek. Ik hoop natuurlijk voor het voetbal, een aantal clubs heeft al geïnformeerd. Anders heb ik ook nog plannen om een youtubekanaal op te zetten. Ik spreek de taal en zou het erg leuk vinden om een kanaal over voetbal en reizen te maken. Ik heb al 70.000 volgers op Instagram, dat is een groot voordeel. Daarbij wil ik nog een kledinglijn opzetten.

Mijn levensmotto heb ik op mijn arm laten tatoeëren: ‘Waar op de wereld je ook bent, overal kun je jezelf thuis voelen.’ Zo voelt dat voor mij. Dat hoeft echt niet in Nederland te zijn. Het kan in Afrika, Zuid-Amerika of Indonesië zijn. Ik voel dat ik weer die kant op moet. Want als ik eerlijk ben: ik mis Indonesië nog elke dag.”

Dit is een monoloog uit de serie VICE Sports Avonturiers. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.

Logo