×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

De zoektocht van de transfervrije Gill Swerts naar een nieuwe club

SR
Sam van Raalte, Foto's door: Willem de Kam

January 6, 2018, 11:47

"Ik heb een aardig netwerk opgebouwd, dus ik bel zelf vaak trainers of technisch directeuren met de vraag of ik op proef mag komen."

Gill Swerts is op zoek naar een nieuwe club. Nadat hij in 2015 degradeerde met NAC Breda, vertrok hij uit Nederland. De verdediger speelde kort bij Notts County in de Engelse League Two en was afgelopen seizoen aanvoerder van RFC Seraing op het derde niveau van België. Nu wil hij nog anderhalf jaar op zo’n niveau spelen, het liefst in Nederland of België, anders een stukje verder weg in het buitenland.

Swerts heeft zeventien interlands voor België achter zijn naam staan en mooie clubs als Feyenoord, Vitesse en AZ op zijn cv, maar omdat hij 35 is en een beetje uit beeld is geraakt, heeft hij het moeilijk om ergens onderdak te vinden. Toch geeft Swerts niet op. Hij is zijn eigen zaakwaarnemer en belt zelf clubs in Nederland en België op met de vraag of hij er op proef mag komen. VICE Sports sprak Swerts in Rotterdam over zijn zoektocht. Dit is zijn verhaal.


“Mensen zeggen vaak tegen me: ‘Gill, je bent 35, waarom stop je niet gewoon?’ Dan zeg ik iedere keer: ‘Ik heb de liefde voor het spelletje nog steeds en ik weet dat ik het nog aankan.’ Michel Breuer is nu 37 en vaak afgeserveerd, maar hij speelt nog gewoon bij Sparta. Als je heel graag wil voetballen en het nog kunt, waarom zou je dan stoppen? Omdat het de norm is om op je 34ste te stoppen? Dat vind ik onzin.

Ik heb tijdens mijn carrière een aardig netwerk opgebouwd in Nederland en België, waardoor ik vaak zelf trainers of technisch directeuren van clubs kan bellen met de vraag of ik er op proef mag komen. Als ik geen nummer heb, kijk ik naar clubselecties op sites als Soccerway. Als ik een speler uit een selectie ken, vraag ik hem of hij het telefoonnummer van de trainer of TD van de club kan passen. Dan vraag ik of het mogelijk is om mee te trainen, in eerste instantie om mijn conditie op peil te houden, in tweede instantie als de club iemand als mij nodig heeft. Ik voel me ook niet te beroerd om eerst met de beloften mee te trainen.

Ik besloot mijn eigen zaakwaarnemer te worden nadat mijn contract bij Feyenoord in 2012 afliep. Sindsdien bel ik zelf clubs als ik transfervrij ben. Ik merk dat het de laatste tijd moeilijker is geworden om ergens binnen te komen. De eerste jaren dat ik mijn eigen zaakwaarnemer was had ik nooit moeite om een nieuwe club te vinden. Na Feyenoord kwamen de stappen naar Sönderjyske in Denemarken, NAC Breda en Notts County via mijn eigen netwerk tot stand. Tot Notts County ging het prima. Het had trouwens weinig gescheeld of ik was van NAC niet naar Notts County, maar Al Raed in Saudi-Arabië gegaan.

Ik kreeg toen uit het niets een telefoontje van Al Raed en kwam in een rollercoaster van drie dagen terecht. Al Raed wilde me hebben, maar NAC wilde me niet laten gaan, omdat we tegen degradatie vochten in de Eredivisie. Ik begreep dat en belde Al Raed af. Een dag later zei NAC opeens dat ik toch mocht gaan. Dus ik Al Raed terugbellen, en ze begonnen snel het papierwerk voor de transfer te regelen. Maar op het laatste moment zei NAC opeens dat ik toch niet kon gaan, Robert Maaskant wilde me houden. Ging het alsnog niet door.

Mijn transfer naar Notts County had ik daarna snel geregeld. Ricardo Moniz was daar trainer, ik kende hem nog en hij wilde mij erbij hebben. In Engeland heb ik een andere voetbalcultuur ondervonden. Toen ik net aan was gekomen bij Notts County, gingen we na een training wat drinken met het team om elkaar te leren kennen. In Nederland zouden we met een team in een restaurant gaan eten, maar daar niet. We gingen naar de lobby van een hotel, daar zat niemand. Het hele team zette het op een zuipen. Grote pints lager, echt zwaar bier, op een moordend tempo. Daar kon ik niet in mee.

Ik nam dan een Corona of iets lichters en dronk die heel langzaam op. Aan het einde van de avond gingen we in een pub Champions League-voetbal kijken. Ik kakte een beetje in, want de groep was al de hele dag aan het zuipen. Dus ik bestelde op een gegeven moment een koffie met een watertje. Keken ze me aan van: wat doe jij nou? Ik zei: ‘Boys, ik kan het niet bijhouden, ik moet even een koffie en een watertje drinken.’ Maar dat was not done. De cultuur is heel anders daar. Dat was fascinerend om mee te maken.

Je hebt daar ook Christmas Do’s, kerstfeestjes. Dat vinden ze allemaal geweldig. Dan ga je met de spelersgroep naar een andere stad, soms is dat Amsterdam of Kopenhagen. Wij deden het in Londen. Bij een Christmas Do gaat iedereen verkleed. Wij deden allemaal een heel fout shirt aan, een Hawaiiaanse krans om de nek en moesten allemaal onze snor laten groeien. Stond ik daar met zo’n vieze snor en shirt in Londen. We gingen van het ene café naar het andere, iedereen kacheltjelam. Alle teams doen dat, zelfs in de Premier League.

Ondertussen trainden we gewoon keihard. Maar bestuurlijk was het in die tijd een chaos bij Notts County. Een paar maanden in het seizoen werd Ricardo Moniz ontslagen. Er kwam een Schotse trainer, Jamie Fullarton. Zijn eerste werkdag hing hij een lijst op met spelersnamen om elf tegen elf te trainen. Alle Nederlanders die Moniz had gehaald en ik stonden niet op de lijst. Wij mochten krachttraining gaan doen in het honk, zonder begeleiding. Voor hetzelfde geld ging je gewoon een koffietje drinken.

Ik stapte naar de trainer toe en vroeg wat het verhaal erachter was. ‘Ik ken jullie niet,’ zei hij. Op de lijst voor elf tegen elf stonden wel een paar jeugdspelers, een paar geschorste spelers en iemand die net terugkwam van acht maanden blessure. Ik vroeg daarnaar. ‘Deze jongens verdienen het,’ zei de trainer. Dat was duidelijk. Hij vond dat wij het niet verdienden. Fullarton zei: ‘Het is misschien beter als we samen een oplossing zoeken.’ Dus ik ben zelf weer rond gaan bellen naar clubs. Ik kende Jan de Jonge, die toen de trainer van Nea Salamis op Cyprus was.

Nea Salamis wilde me drie maanden huren, tot het einde van het seizoen. Die club zou dan de helft van mijn salaris overnemen. Ik dacht: dan zit ik daar lekker in de zon en als ik het goed doe, kan ik daar blijven of een andere club vinden. Dan heeft zowel Notts County als ik een oplossing. Maar Notts County wilde me alleen verkopen. Nea Salamis wilde weer alleen huren, waardoor het niet doorging. Na de transferperiode bood Notts County me in een keer negen maanden salaris, de helft van de loop van mijn contract, als afkoopsom. Ik nam het aan. Dat hebben ze alle Nederlanders, zoals Julian Jenner en Civard Sprockel, ook betaald.

Ik ben toen teruggegaan naar België en weer naar clubs gaan bellen. Eerst Royal Antwerp, omdat ik in Antwerpen woon. Zij wilden de spelersgroep niet verstoren, omdat ze voor het eerst in jaren kans maakten op promotie. Dat kon ik wel begrijpen. Van andere clubs die ik belde kreeg ik daarna ook een ‘nee’ omdat ze het groepsproces niet wilden verstoren. Daar begreep ik niks van. Als ik een Tubize bel – die onderaan het tweede niveau van België spelen – en zij ‘nee’ zeggen, dan denk ik wel: jongens, jullie zijn geen Real Madrid.

Ik ben uiteindelijk via een zaakwaarnemer bij RFC Seraing terechtgekomen, op het derde niveau van België. Daar moest ik eerst op proef, omdat ze me niet kenden. Ik heb zeventien interlands voor België gespeeld, maar omdat ik al op mijn veertiende naar Nederland ben verhuisd, kennen veel mensen in België mij niet. Na één training kon ik voor een seizoen tekenen bij RFC Seraing. Het was anderhalf uur heen en anderhalf uur terug rijden van Antwerpen naar Luik, maar ik had het er voor over. Ik werd er aanvoerder en speelde alles.

Ik had het nooit verwacht, maar ik had het echt naar mijn zin bij RFC Seraing. Afgelopen zomer gingen we in gesprek over een nieuw contract, omdat ik er eigenlijk niks verdiende. De trainer en assistent wilden dat ik zou blijven en ikzelf ook. De technisch directeur wilde mijn contract ook wel verlengen, maar voor hetzelfde bedrag als vorig seizoen. Ik vond dat goed, maar wou er dan wel een vergoeding voor mijn auto bij. Dat zat er niet in. Dan had het voor mij geen zin. We kwamen er niet uit. Sindsdien ben ik weer op zoek naar een club.

Als ik clubs bel, merk ik dat de denkwijze is veranderd in Nederland en België. Toen ik jong was, liepen er het hele jaar door spelers stage bij de clubs waar ik zat. Nu is het moeilijk. Clubs zeggen in de media altijd dat zaakwaarnemers alles kapot maken. Maar als je als speler zelf belt, dan nemen ze je niet serieus. Maar ik ga door. Ik moet, zoals ik me nu voel, nog minstens anderhalf jaar voetballen. Misschien dat in januari een club tegen me zegt: ‘Gill, we staan er slecht voor en hebben ervaring nodig in de selectie, kom maar hierheen.’”

Dit is een verhaal uit de rubriek Ongewenst Transfervrij, waarin VICE Sports profvoetballers aan het woord laat die graag weer willen spelen, maar door hun eigen fouten of botte pech geen club hebben. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Logo