×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

De zwerftocht van Gino van Kessel door het Europese voetbal

JD
Julian Droog, Foto's door: Julian Droog

January 5, 2018, 10:40

“Na Ajax is de Eredivisie voor mij nooit meer een optie geweest. In het Oostblok verdien je wat een grote jongen bij een grote Nederlandse club krijgt.”

Hij spreekt vloeiend Frans, Slowaaks, Engels, Nederlands en kan aardig schelden in het Pools. Gino van Kessel voetbalde bij Ajax samen met Christian Eriksen, Joël Veltman en Davy Klaassen, maar brak nooit door in Amsterdam. Daarom zwerft hij sinds zijn twintigste door Europa.

De spits uit Alkmaar voetbalde bij AS Trencin, Arles-Avignon, Slavia Praag, Lechia Gdansk en speelt nu met Oxford United in de League One van Engeland. Hij maakte de mooiste, gekste en treurigste dingen mee in Slowakije, Frankrijk, Tsjechië en Polen. VICE Sports zocht hem op in Oxford. Dit is zijn verhaal.


“In mijn eerste vijf weken hier bij Oxford United maakte ik meteen vier goals. Eén werd ook Goal of the Month, tegen Portsmouth. Dat was een goede binnenkomer, de fans begonnen direct mijn naam te zingen. Ik heb er daarna helaas acht weken uit gelegen met een hamstringblessure, maar nu speel ik weer.

De gemiddelde club in de League One schiet een lange bal op de grote spelers voorin en dan is het rennen met z’n allen. Slaat natuurlijk helemaal nergens op. Wij proberen gelukkig wel te voetballen bij Oxford United. We hebben een Spaanse manager en aardig wat buitenlandse spelers, dat scheelt. Ons stadion ziet er alleen niet uit. Eén kant achter het doel is open. Als de bal over vliegt, kan je zomaar een ruit kapotschieten. Er kunnen wel 12.000 mensen in, maar dan vind ik dat stadionnetje van Excelsior nog mooier. Dat is tenminste dicht, en geeft een warmer gevoel.

Voordat ik naar het buitenland ging, speelde ik bij Ajax. In de A1 van AZ was ik topscorer geworden. Ajax wilde me daarna hebben. Ik was 19 jaar en heb bij Ajax met jongens als Joël Veltman, Christian Eriksen en Davy Klaassen gespeeld. Na anderhalf jaar bij Jong Ajax werd ik een seizoenshelft verhuurd aan Almere City. Dat werd geen succes. Een totale mislukking eigenlijk. Ik speelde slecht, scoorde maar één keer en gaf geen assists. Ik heb echt geen idee waar dat aan lag. Het ging ’m gewoon niet worden, dat had ik snel door.

Voordat ik naar Almere City ging, had Tscheu La Ling al gevraagd of ik naar AS Trencin wilde komen. Ik twijfelde, want het is toch Slowakije. Maar na zo’n belachelijk slecht half jaar bij Almere City had ik de clubs niet meer voor het uitkiezen. Daarom ben ik er een jaar naartoe gegaan. Natuurlijk waren de faciliteiten er anders dan ik bij Ajax en Almere City gewend was. Alles was oud en ik woonde in een pension samen met wat andere buitenlandse spelers. Aan Engels deden ze daar niet, dus ik leerde Slowaaks.

We maakten lange dagen. De spelers ontbeten samen en lunchten samen. We waren zo van half negen tot zes op de club. Er zaten daar ook veel Nigerianen, dat vind ik altijd leuke jongens. Die dragen een muts in de zomer, maar korte mouwen in de winter. Of dan legde de coach tijdens de training uit welke kant ze op moesten rennen, deden ze vervolgens precies het tegenovergestelde. Hoe dan? Ze stonden net nog te knikken dat ze het begrepen.

Slowakije is vooral heel goedkoop. Als je daar 100 euro op een dag wil opmaken, moet je echt je best doen. Als je de hele dag buiten de deur eet, in de nachtclub een grote fles bestelt en onderweg alle zwervers te eten geeft, is het nog niet op. En het kan er ontzettend koud zijn. Ik heb weleens een wedstrijd gespeeld bij -17. Ik kan je vertellen, dat is niet fijn. Ik heb vijf dagen geen gevoel gehad in drie vingertoppen. Sportief was het een goed jaar bij AS Trencin. Ik speelde bijna alles en maakte in totaal elf doelpunten.

Na dat seizoen ben ik naar Frankrijk gegaan. Ik had geen perspectief bij Ajax. Ik was al wat ouder, zat voor het derde jaar bij het beloftenteam en dan gaan de jongere spelers toch voor. Een zaakwaarnemer uit Frankrijk benaderde mijn vader, die mijn zaken doet, of ik bij Arles-Avignon wilde voetballen. Arles-Avignon betaalde goed, had een groot stadion, het was maar anderhalf uur van de kust en het weer was ook lekker. Ik huurde er een villa in een rustig dorp met een zwembad erbij, vijf slaapkamers en een oprit met plek voor tien auto’s.

Van Kessel in 2013 bij Almere City. (Foto: Proshots)

Mijn begin in Frankrijk was goed. Ik scoorde twee keer in een oefenwedstrijd tegen Olympique Marseille en in mijn eerste competitiewedstrijd maakte ik een goal. Maar ik kwam er snel achter dat Arles-Avignon een rare club is. Ineens moesten de assistent-trainer en hoofdtrainer bijvoorbeeld van functie wisselen van de directeur. Uiteindelijk kwam er zelfs een nieuwe coach, een hele oude Fransman. Die stelde alleen maar Franse spelers op.

Ik belandde op de bank, samen met nog wat buitenlandse spelers. Matej Delac, die gehuurd was van Chelsea en eerder bij Vitesse zat, zat er bijvoorbeeld ook. De directeur kwam later naar me toe en zei: ‘Je bent een van de grootverdieners, ik kan je nog twee maanden betalen. Je kunt blijven, maar daarna krijg je geen geld meer.’ Ik had geen zin in gezeik dus ik vertrok. Volgens mij hebben ze zich uiteindelijk teruggetrokken uit het profvoetbal en spelen ze nu bij de amateurs.

Ik heb daarna een contract getekend bij AS Trencin. Daar ging het twee jaar lang weer goed. Ik scoorde veel, zeker toen de trainer me in de spits zette. In de laatste tien wedstrijden maakte ik iets van veertien doelpunten. Zo heb ik mijn transfer naar Slavia Praag verdiend, in de zomer van 2016.

Ik tekende voor drie jaar in Tsjechië. Ik begon goed, maakte een belangrijke goal in de voorronde van de Europa League. Praag is ook een topstad, dus ik zat er goed. Maar de resultaten vielen tegen. Daarom werd ik vorige winter voor een half jaar verhuurd aan Lechia Gdansk. Daar ging het ook niet top. Ik heb er twee maanden gespeeld, maar drie maanden daarna alleen maar gezeten. Eerst op de bank, daarna op de tribune. In de interlandbreak was ik anderhalve week weg met Curaçao. Dat vonden ze daar niet zo leuk, toen ik terugkwam zat ik alleen nog maar op de tribune. Niemand gaf uitleg of zei wat tegen me.

Ik ben naar de directeur gestapt. Hij zei altijd dat ze zo veel geld moesten betalen om mij te huren, bla bla bla. Maar waarom speelde ik dan niet? Ik zat alleen maar uit mijn neus te vreten. Hij zou het met de trainer bespreken, maar ik heb nooit meer wat gehoord. Die trainer liep continu te schelden: ‘kurwa, kurwa!’, zei hij tegen iedere speler. Dat betekent hoer. In het begin dacht ik nog: is hij gek of zo? Maar iedereen doet dat in Polen.

In het begin vond mijn vriendin het wel moeilijk hoor, dat Oostblok. Allemaal blokken met enorme flats achter elkaar en dan ook nog in alle kleuren van de regenboog. Maar ja, daar verdien ik nou eenmaal mijn geld. Het zijn misschien niet de mooiste landen, maar zo kan ik wel voor mijn familie zorgen. Ik krijg vaker de vraag wat ik daar toch moet. Maar ik verdien er goed, heb er bij AS Trencin succes gehad Europees voetbal gespeeld. De Eredivisie is ook nooit een optie geweest. In het Oostblok is het immers stukken beter verdienen. Het salaris is te vergelijken met wat een grote jongen bij een grote Nederlandse club krijgt.

Ik kreeg op een gegeven moment ineens een berichtje op Facebook van iemand van de Curaçaose voetbalbond, of ik roots op het eiland heb. Mijn moeder komt daar vandaan, dus die roots heb ik. Toen heb ik met Patrick Kluivert gesproken, hij was daar voor Remko Bicentini de bondscoach. Kluivert was heel relaxt en haalde me bij de selectie. Hij kon het team goed bij elkaar houden, was op de juiste momenten serieus maar liet ook genoeg toe. Naar iemand met zo’n uitstraling luister je toch sneller, mensen keken echt tegen hem op.

Vorig seizoen hebben we met Curaçao de Carribean Cup gewonnen, en ik gaf in de finale een assist op Elson Hooi. Daarna was het één groot feest op het eiland. Op bij het vliegveld wachtten stapels mensen ons op en daarna zijn we het eiland over gereden in een open bus. We hebben ook nog de Gold Cup gespeeld. Dat was het eerste grote toernooi in de historie van Curaçao. En volgend jaar doen we mee aan de Copa America. Daar ben ik wel trots op.

Dit seizoen speel ik dus bij Oxford United. Ik heb mijn draai gevonden en zou hier wel willen blijven. Ik heb nog een contract tot 2019 bij Slavia Praag, maar ik hoop dat ik na dit seizoen verkocht word. Ik heb niet het idee dat ik nog een eerlijke kans krijg in Tsjechië. Ik heb geen grote dromen. Het is niet zo dat ik over een paar jaar bij een bepaalde club wil spelen. Het gaat erom dat ik gelukkig ben, en blij ben met mijn salaris. Dat is nu zo.”

Dit is een monoloog uit de serie VICE Sports Avonturiers. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Logo