×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

Waarom Gilbert Yvel de badboy van de Nederlandse MMA is

KD
Kris Dekker, Foto's door: Rebecca Camphens

June 11, 2018, 14:02

“Eigenlijk ben ik gewoon een sadist.”

Als je de naam van Gilbert Yvel googelt, tref je vooral negatieve dingen over hem aan als vechter. De 41-jarige Amsterdammer was een grote naam en een van de spectaculairste vechters in de vroege jaren van de Nederlandse MMA, maar internationaal is hij vooral berucht door onsportief gedrag. Hij werd onder andere gediskwalificeerd voor het bijten van een tegenstander en het knock-out slaan van een scheidsrechter.

Buiten de kooi is hij compleet het tegenovergestelde van een bullebak. Met een vriendelijke lach en een relaxte handdruk stelt de reus van 125 kilo zich aan mij voor als ik Mike’s Gym binnenloop, waar hij net klaar is met het geven van een privétraining. Terwijl een groep huisvrouwen op hoog volume napraat over hun ochtendtraining, zoeken wij Yvels vaste stoel in de hoek van de sportschool op. Daar praten we over zijn avonturen van vroeger, geld verdienen als vechter en zijn brute reputatie.

VICE Sports: Ha Gilbert, wat vind je er zelf van dat je vooral bekendstaat om je onsportieve gedrag?
Gilbert Yvel: Dat begon allemaal bij Pride in Japan. Daar was ik het vaak niet eens met de regels, en dat liet ik merken. Vanaf toen kreeg ik een bad boy-imago. Maar het grappige daarvan was dat die Japanners het he-le-maal geweldig vonden. Als je een overtreding maakte kon je een gele kaart krijgen van de scheidsrechter, vergelijkbaar met voetbal, waardoor achteraf tien procent van je geld werd ingehouden als boete. Op een gegeven zei de Japanse organisatie: “Gilbert, als je een gele kaart pakt, houden we geen geld meer van je in.” Als ik daarna in een gevecht dan geen gele kaart pakte, waren ze juist hartstikke beledigd.

Vind je zelf dat je weleens te ver bent gegaan?
Ik vond mezelf niet zo’n bad guy. Ik heb twee keer iets stoms gedaan, door iemand te bijten en een scheidsrechter te slaan. Dat is het. Maar die momenten vallen op en organisatoren willen ook dat ik de rol van slechterik speel. Ik was baldadig, ja. Ruziën met de scheidsrechter, met tegenstanders, dat soort dingen. Maar eigenlijk vond ik het wel meevallen.

Ik denk dat je het meest bekendstaat omdat je in 2004 een scheidsrechter knock-out sloeg. Waarom deed je dat?
Volgens mij kennen niet veel mensen het hele verhaal daarachter. Het begon allemaal op de dag voor het gevecht, toen we om elf uur ‘s ochtends in Helsinki aankwamen en de organisator van het evenement ons eerst drie uur liet wachten voordat hij ons oppikte. Ik moest toen op gewicht zijn, wat ook niet meehielp. Uiteindelijk kwamen we door die eikel pas om tien uur ‘s avonds aan in ons hotel. Ik was pislink.

En toen moest je nog vechten.
Op de wedstrijddag bleek die man niet alleen de organisator, maar ook de trainer van mijn tegenstander én de scheidsrechter van onze wedstrijd. De bel ging en ik werd meteen met mijn schouders over de ringtouwen geduwd, waardoor de scheidsrechter “break” riep en we terug naar het midden van de ring moesten. Maar die jongen begon te klagen en wilde dat we tegen de touwen verder vochten, en die scheids deed daar natuurlijk aan mee.

Dus ik moest drie, vier keer met m’n schouders over de touwen hangen, omdat het maar niet goed ging volgens hem. Dus die scheids bleef maar schreeuwen en doen, tot bij mij de maat vol was en een stem in m’n hoofd zei dat ik hem moest slaan. Dus ik haalde uit. Het was niet slim, maar als je een hond lang genoeg trapt, gaat-ie ook bijten. Je moet weten wanneer je stopt. Dan nog was het mijn fout natuurlijk, want je mag iemand niet zomaar op z’n bek rammen.

En toen?
Ik kreeg niet betaald en de volgende dag stond het in De Telegraaf. Later heb ik er nog problemen door gekregen, omdat ik in Las Vegas geen licentie kreeg om te vechten.

Op 12 mei vocht je voor het eerst na anderhalf jaar weer in Peking. Toen versloeg je Mighty Mo in de eerste ronde van het Road FC 2018 Openweight Grand Prix met een armklem. Waarom maak je een comeback?
Comeback vind ik een groot woord. Elke twee á drie weken krijg ik nog een uitnodiging om ergens te vechten, maar meestal zijn die aanbiedingen een beetje duf. Organisaties willen mij dan hebben voor bedragen waar ik niet warm of koud van word. Maar tegen het aanbod van Road FC kon ik geen nee zeggen.

Is geld de belangrijkste motivatie om weer in de kooi te stappen?
Simpel gezegd: ja. Ik moet er wel beter op worden natuurlijk. Vroeger was vechten echt m’n brood. Je moest knokken om rond te komen en organisatoren wisten dat, dus konden ze altijd onder je vraagprijs bieden, zonder dat je kon afwijzen. Dat is nu anders. Ik hoef niet meer, ik ben lekker bezig met trainingen geven. Maar als het nog steeds op m’n pad komt, waarom niet? Een mooi bedrag is altijd meegenomen. Daarnaast doe ik mee aan een toernooi, dat maakt het ook interessanter omdat er een wereldtitel op het spel staat. Het voelt goed om elke dag bezig te zijn. In principe was ik gestopt, maar de motivatie is terug.

Je hoort vaak dat atleten die op jonge leeftijd veel geld verdienen slecht omgaan met hun geld. Waar besteedde jij vroeger je geld aan?
Alles wat ik niet nodig had, zoals auto’s. Ik had het beter kunnen besteden, maar ik was jong en wist niet beter. Ook omdat ik vroeger nooit veel geld had. Ik groeide niet op in een gezin waarin mijn ouders vertelden wat sparen was. Nu heb ik zelf een gezinnetje, dat is anders. Als ik dat toernooi win (op 15 september, red.), waar ik 95 procent zeker van ben, wil ik een eigen sportschool openen. Als ik daarna nog een aanbieding krijg om door te vechten, bij Road FC of misschien ergens anders, zou ik dat zeker overwegen.

Dat laatste gevecht zag er trouwens pijnlijk uit voor je tegenstander Mighty Mo.
Gelukkig voor mij was het snel voorbij. Ik had voor die partij heel erg veel last van een heupblessure en was helemaal stuk toen ik bovenop hem kwam. Als ik niet snel voor die armklem ging, was ik waarschijnlijk de eerste vechter in de geschiedenis geweest die afklopt terwijl hij bovenop zit in mount (de positie waarbij een vechter op de borst van een liggende tegenstander zit, red.). Ik vond het vreemd dat hij niet afklopte, want technisch klopte alles. Toen trok hij zich aan mijn broek omhoog en bleek zijn arm half gebroken. Elleboog uit de kom.

Heb je er moeite mee om mensen pijn doen?
Nee, ik ben eigenlijk gewoon een sadist, haha! Kijk, het is vechten. Ik wil mensen geen zeer doen, maar als ik zijn arm niet brak, brak hij die wel van mij.

Hoe kwam je in aanraking met vechtsport?
Rond mijn zestiende begon ik met kickboksen in Hengelo. Daar woonde ik in een pleeggezin. Die training was trouwens niets meer dan koppen inslaan zonder enig benul van hoe en wat. Ik had op mijn negentiende het doel om wereldkampioen kickboksen te worden, waardoor ik naar Amsterdam vertrok om brutaal bij m’n vader te wonen. Stond ik opeens op de stoep met twee plastic zakken in m’n handen om te zeggen dat ik bij hem introk. Alle toppers kwamen van de grote kickboksscholen uit Amsterdam. Daar ontmoette ik Lucien Carbin, en toen begon het echt.

Kickboksen is geen MMA, hoe ben je daarin terecht gekomen?
Ik had net drie maandjes kickbokstraining achter de rug toen ik met Lucien naar een klein galaatje in de Zilvermeeuwen in Zaandam ging. Er was iemand uitgevallen en ik werd gevraagd om voor 500 gulden in te vallen. Dat was bij een free fight-partij tegen Bob van Straten, toen heette het nog niet eens mixed martial arts. Ik had toen ooit de eerste twee UFC-evenementen op televisie gezien en dacht altijd: ‘Ja dag, ik ga nooit van m’n leven free fight doen.’

Maar Lucien had vertrouwen in me, dus ik deed het. Ik werd gelijk met een judoachtige heupworp op de grond gegooid en toen ik lag dacht ik: ‘Wat doe ik hier? Dit wil ik helemaal niet.’ Uiteindelijk kon ik opstaan en won ik via knock-out door een knie, maar achteraf werd ik gediskwalificeerd omdat knieën niet toegestaan waren. Dat gevecht aannemen was achteraf gezien de beste keuze die ik ooit in mijn leven heb gemaakt.

Remco Pardoel vond de MMA van die tijd veel spannender dan die van nu, jij ook?
Het niveau is gestegen, maar ik vind het minder leuk geworden. Toen ik opkomend vechter was, was het kickbokser tegen worstelaar of judoka. Nu is niemand meer eendimensionaal, en kan iedereen alles. Je ziet nog steeds leuke dingen, maar het is een tactisch spelletje geworden. En er zijn allemaal regels die verzonnen zijn door professoren die zelf niet kunnen vechten, zoals een scoresysteem waarmee je kunt winnen door je tegenstander alleen tegen de grond te houden, zonder een stoot of trap uit te delen.

Wat niet veranderd is, is dat het publiek liever een lekkere knokpartij ziet met twee beukers die elkaars kop eraf willen slaan, dan iemand die twee keer aanvalt, op de grond knuffelt en weer opstaat. Vroeger gingen we vechten, het was niet echt een sport: jij en ik gingen die ring in om te knokken en te zien wie de beste was. Als we daarna allebei nog overeind stonden, was er geen winnaar. Je sliep of klopte af, dan kon je achteraf niets zeggen. Niet iedereen interpreteerde dat zo, maar ja, niet iedereen is een vechter.

Wie is volgens jou een echte beuker?
Bob Schreiber. Bob en ik hebben drie keer met elkaar gevochten. Hij was echt een beest, een monster. Die ging nooit neer. Hij werd ‘Dirty Bob’ genoemd, omdat hij een beetje vals vocht. Vinger in je oog hier, kopstootje daar, dat soort dingen. Toen gebeurde dat af en toe gewoon, omdat we niet beter wisten. En als je kampioen wilt worden, geef je altijd een klein beetje extra. Bob was iets bedrevener in dat soort dingen dan ik. Bij mij keek ook wel de hele wereld mee. Hij deed het in Nederland, ik in Japan.

Hoe waren die gevechten tegen hem?
De eerste won ik. Ik herinner me dat ik Bob toen met mijn allerbeste knie raakte, waardoor zijn ogen even uitpuilden, maar daarna schudde hij met z’n hoofd en vocht hij gewoon door. Ik geloofde niet wat ik zag. Uiteindelijk won ik dat gevecht wel met een enkelklem. De tweede keer won hij, en dat was toen gelijk mijn eerste verliespartij ooit.

Een paar jaar later was ons derde gevecht in Ahoy. Dat was de Rico tegen Badr van onze tijd, durf ik wel te zeggen. Het werd simpelweg negen minuten kickboksen met kleine handschoenen, een echt bloedbad. Die won ik omdat Bob niet verder kon. Hij bloedde uit z’n neus, z’n mond, z’n oren, z’n ogen, en zijn vrouw zei op een gegeven moment: “Je moet nu wel echt stoppen.” Ik zag er trouwens ook niet meer uit, ik hield een gekneusde oogbal eraan over. Na twee minuten zag ik niets meer, en ik heb er nog wel een paar dagen koppijn aan overgehouden. Echt een geweldige partij. Heerlijk.

Wil je nog ook naar Bellator of terug de UFC in?
Nee joh, de drang om nog de allerbeste te zijn heb ik al lang niet meer. Ik heb alles al gezien en gedaan, en overal gevochten. De UFC en Bellator zijn natuurlijk van het hoogste niveau, maar daar heb ik geen zin meer in. Je kunt er na elke verliespartij uit liggen. Road FC is niet echt het hoogste niveau, dus daar kan ik lekker rustig mijn carrière afmaken en wat opsparen voor later.

 
Logo