×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

Het tweede leven van Nourdin Boukhari als jeugdtrainer en amateurvoetballer

TB
Tim van Boxtel, Foto's door: Willem de Kam

April 6, 2018, 12:22

“Een paar vrienden van mij spelen in de vierde klasse, denk jij dat er alleen maar water in die bidons zit?”

“Hou mijn laptop in de gaten, we zijn hier wel in West hè”, roept Nourdin Boukhari lachend, terwijl hij poseert voor de foto. De 37-jarige oud-profvoetballer woont niet meer in Rotterdam-West, maar loopt nog dagelijks over zijn geboortegrond. Hij speelt bij tweedeklasser GLZ/Delfshaven en is regelmatig te vinden in Het Kasteel van Sparta, waar hij assistent-trainer is van de JO19-1 en de beloften.

Hij vindt zichzelf de uitgelezen persoon om jonge voetballers de weg te wijzen, aangezien hij zowel de mooie als de donkere kanten van het profvoetbal kent. Van de Champions League met Ajax tot contractontbinding in Arabië, Boukhari maakte het allemaal mee. VICE Sports sprak op Het Kasteel met de Nederlandse Marokkaan over de nonchalante houding van de jeugd, Rotterdam-West en de charme van het amateurvoetbal.

VICE Sports: Ha Nourdin, wat kunnen jeugdspelers van jou leren?
Nourdin Boukhari: Ik probeer vooral mijn mentaliteit over te brengen. Ik wilde mensen altijd het tegendeel bewijzen als ze zeiden dat ik ergens slecht in was, dat maakte mij heel sterk. Ik vind de jeugd van nu te nonchalant. Als je een contract voor drie jaar hebt getekend, ben je er nog niet. Je moet met beide benen op de grond blijven staan en hard werken voor je doelen.

Wil je international worden? Dan zal je er als spits toch echt een stuk of dertig in moeten schieten of als keeper de nul houden. Je moet élke week je kwaliteiten laten zien. Mijn ouders hamerden daar op, maar het moet ook vanuit jezelf komen. Mijn broertje Ayoub heeft bijvoorbeeld af en toe echt nog een wake-up call nodig. Ik praat elke dag met hem, ben zijn trainer bij Jong Sparta.

Hoe schud jij hem wakker dan?
Dan bel ik hem en wijs ik hem er nog eens op dat mentaliteit zo belangrijk is. Als de trainer zegt dat je tien keer moet opdrukken, ga dan ook tien keer opdrukken. Discipline, op tijd komen, daar hamer ik op bij hem. Ik denk dat hij een stuk meer probleempjes had gehad als ik niet zijn trainer was geweest. Ik weet hoe hij is, ken hem door en door.

Zit jullie hele familie vol voetbaltalent?
Voor een groot deel wel. Mourad, mijn één jaar jongere broertje, is een legende in het zaalvoetbal. Hij is nog technischer dan ik. Ook hij had het ver kunnen schoppen op het veld, heeft bij Sparta en Excelsior gespeeld, maar raakte aan zijn meniscus geblesseerd toen hij 19 was en heeft toen voor de zaal gekozen. Daar deed hij dingen waarvoor de mensen kwamen kijken, duizenden toeschouwers zaten op de tribune puur voor hem. Maar ja, hij is nu gestopt en moet nog fulltime werken.

Dat is ook iets wat ik aangeef bij jongens die het even niet meer zien zitten: wil je het leven van een profvoetballer die van 10 tot half 2 bij de club moet zijn en verder vrij is, of dat van een schoonmaker die van 7.00 tot 19.00 uur werkt voor minder geld? Mijn vader had acht kinderen – hij heeft goed doorgewerkt hè – en was leidinggevende in een schoonmaakbedrijf. Hij was daadwerkelijk twaalf uur per dag bezig.  

Hoe komt het eigenlijk dat jij pas op zo’n late leeftijd profvoetballer bent geworden? De meeste jongens zijn op hun achttiende bezig met hun doorbraak in het eerste, jij kwam toen pas bij Sparta.
Ik had eerder al wel de mogelijkheid, maar dat kon toen gewoon niet. Mijn vader maakte overuren om wat op tafel te kunnen zetten en had echt geen tijd om mij overal heen te brengen. Voetballen bij een amateurclub was nog net te doen, maar ik kon echt niet voldoen aan alle verplichtingen bij een profclub qua aanwezigheid en materiaal. Ik ging vanaf mijn twaalfde al in mijn eentje met de tram of bus naar mijn amateurclub. Ik moest zelf zorgen voor geld voor een kaartje, dus meestal reisde ik zwart.

Ook dat verschil is groot met de jeugd van nu. Die zie ik zo gepamperd worden: papa of mama brengt ze overal naartoe, pakt hun tas in en draagt die vaak ook nog. Dan denk ik: het is toch jouw doel om prof te worden, in het veld is er ook geen papa of mama die je helpt. Leer eens op je eigen benen te staan.

Je had het al over Rotterdam-West. Hoe was jouw jeugd daar?
Soms leuk, soms minder leuk. De ene dag zijn het de trompetten en het feest, de andere dag de sirenes en kogels. Gelukkig stuurden mijn vrienden me altijd weg voordat er iets vervelends ging gebeuren, zij zagen ook wel in dat mijn talenten niet op het criminele pad lagen. Daardoor ben ik nooit in aanraking gekomen met justitie.

Dat is wel even een ander leven dan je nu leidt met je vrouw en twee dochters. Een villa in een rustig dorpje buiten Rotterdam, de schaapjes op het droge en een imposante carrière achter je naam.
Ja, ik ben wel trots op wat ik bereikt heb. De hoogte- en dieptepunten, de Champions League met Ajax, Europees voetbal met NAC, maar ook de degradaties en acht maanden keihard trainen, terwijl je amper speeltijd krijgt in de hitte van Saoedi-Arabië: het staat allemaal nog op mijn netvlies. Daarom kan ik jonge jongens ook veel leren, het is bij mij niet alleen maar hosanna geweest. Als je hele voetballeven in een stijgende lijn is verlopen, weet je niet hoe dieptepunten voelen.

Wat weinig mensen weten, is dat jij na je profcarrière op het veld ook nog in de zaal op het hoogste niveau hebt gespeeld. Hoe zit dat?
Zoals ik je eerder al vertelde, ben ik een technisch vaardige speler. Dat heb je toch wel onderstreept hè?! Haha! Ik speelde vroeger al vaak in de zaal met familieleden en jongens uit West. Sterker nog, wij wonnen een paar jaar lang alles: dan werden we uitgenodigd voor een toernooi in Amsterdam, gingen we daar zonder wissels heen, slachtten we iedereen af en namen een beker met daarin 10.000 euro mee naar huis. Wij waren toen vrij bekend in het wereldje, alleen mocht ik van mijn clubs tijdens mijn profcarrière niet meer in de zaal voetballen. Nadat ik gestopt was, heb ik dat weer een paar jaar opgepakt. Ik ben en blijf toch een voetbaldier. Ik hou van voetbal, eet voetbal, slaap voetbal, ben echt een liefhebber van top tot teen. Daarom ben ik ook weer gaan spelen bij de amateurs, ik kan gewoon niet zonder.

Hoe bevalt je dat, de tweede klasse zondag met GLZ/Delfshaven?
Ik heb eerst nog een paar jaar in de hoofdklasse gespeeld en toen moest ik de knop echt omzetten. Ik snapte gewoon niet dat jongens een bal vanaf twee meter niet in mijn voeten konden spelen, maar hem naast, achter of zelfs bovenop me trapten. Maar na een paar weken ben ik gestopt daar iets van te zeggen en vanaf dat moment ergerde ik me er ook niet meer aan. Ik scoorde in dat seizoen 26 keer in 24 wedstrijden, dit seizoen sta ik zelfs al op 27 doelpunten in 12 of 13 wedstrijden.

Wow, dat is een flink gemiddelde.
Ja, ik vermaak me prima op dit niveau. Afgelopen zondag kwam ik pas in de 65ste minuut het veld in, ik had wat last van een elleboogblessure, maar scoorde gewoon nog twee keer. En dat uit drie balcontacten. Met mijn techniek zit het nog wel goed. Ik vind het vooral mooi als ik tegenstanders hoor zeggen ‘laat die dikke maar vrijstaan’, en ik er dan alsnog twee inschiet.

Wat vind je van de sfeer rondom het amateurvoetbal?
Het heeft wel zijn charme. Sommige gasten eten in de rust een broodje kroket of roken een sigaretje en er gebeurt niks. Als ze maar presteren op het veld, daar gaat het om. Dat waardeer ik wel. Een paar vrienden van mij spelen in de vierde klasse, denk jij dat er alleen maar water in die bidons zit?

Jij hebt tijdens je carrière ook tussen Marokko en Nederland moeten kiezen, je koos uiteindelijk voor Marokko. Waar was jouw beslissing op gebaseerd?
Twee dingen. Allereerst heb ik gekeken waar mijn kans op speeltijd het grootst was. Ik had in Nederland concurrentie van jongens als Sneijder, Van der Vaart en Kuyt, dus dat werd een lastig verhaal. Daarnaast vond ik het mooi om iets terug te kunnen doen voor het Marokkaanse volk, de mensen daar zijn zo dankbaar. In Nederland word je veel kritischer belicht, daar zien ze me nog steeds als een held. Misschien is dat ook de reden dat Ziyech uiteindelijk voor Marokko heeft gekozen. Wij Marokkanen zijn trots, we hebben een groot eergevoel.

Hoe goed was jullie selectie ten opzichte van de groep die nu naar het WK gaat?
Het grote verschil zit hem in het feit dat veel meer jongens nu in Europa spelen. De Marokkaanse competitie is niet zo hoogstaand, in de Europese voetbalcultuur leer je met verschillende tactieken om te gaan en ontwikkel je een bepaalde mentaliteit. Hier is het poetsen, mouwen opstropen en hard werken, in Marokko is het wat relaxter. Toch waren wij ook heel dichtbij het WK in 2006. In de beslissende wedstrijd tegen Tunesië werden we uitgeschakeld door een rotgoal vlak voor tijd. Een bal viel over de keeper, de ene verdediger wilde hem wegkoppen en de ander ramt hem voor zijn hoofd met een omhaal, ook met de intentie om de bal weg te werken. Die bal ging dus het doel in en we waren uitgeschakeld. Dat was nog wel even flink bonje in de kleedkamer en ik vind het nog steeds heel jammer.

Hoe ver denk je dat dit Marokko kan komen?
Dat hangt voor een groot deel af van de vorm van Ziyech. Als die zo beslissend blijft, kunnen ze ver komen. Laatst schoot hij er ook weer een penalty in en legde hij een bal zo panklaar voor een knakker, dat die hem alleen maar binnen hoefde te pissen. Ik verwacht wel dat ze de knock-outfase redden. Spanje is erg goed, maar van Portugal heb ik niet zo’n hoge pet op en hopelijk kunnen ze van Iran winnen. Wat er na die poulefase gebeurt, kan ik niet voorspellen. Mijn huis zal in ieder geval rood-groen kleuren komende zomer.

Dit is een interview uit de serie Het Nieuwe Leven, waarin gestopte profvoetballers vertellen over hun nieuwe carrières. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Logo