×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

Profvoetballer Marijn de Kler is veranderd in meester Marijn

JD
Julian Droog, Foto's door: Julian Droog

April 25, 2018, 12:20

“Ik heb in groep 8 weleens 28 handtekeningen moeten uitdelen, dachten ze dat ik een wereldster was.”

De kinderen van groep 5/6 zijn net de klas uit, dus meester Marijn heeft eindelijk de tijd om eens even achterover te leunen in zijn bureaustoel. Het werk is soms druk, maar eigenlijk altijd leuk. Meester Marijn ken je misschien als Marijn de Kler (23). Als profvoetballer stond hij onder contract bij Vitesse, Heracles Almelo en Achilles ‘29.

Van een echte doorbraak in het profvoetbal kwam het niet. Tijdens zijn voetbalcarrière stond hij al drie á vier keer per week voor de klas op een basisschool. “Als er bij Heracles ruzie was op de training, dacht ik weleens: bij mij in groep 8 maken ze slimmere opmerkingen. Dat zei ik dan ook gewoon tegen die gasten,” zegt hij nu met een glimlach.

Sinds het faillissement van Achilles’29 is De Kler amateurvoetballer bij hoofdklasser DFS. Het lesgeven is nu zijn fulltime baan geworden. Als invalkracht werkt hij in de regio Arnhem, Doetinchem en Zutphen. VICE Sports zoekt De Kler op bij basisschool De Brug in Westervoort, om hem te spreken over zijn werk als leraar, zijn beste grappen in de kleedkamer en de bovenbenen van Wilfried Bony.  

VICE Sports: Hey Marijn, weten de kinderen altijd dat je een oud-profvoetballer bent?
Marijn de Kler: Voordat ik kom, wordt dat altijd wel gezegd bij het introductiepraatje. In groep acht kijken ze dan vaak tegen mij op. Het eerste halfuur mogen ze altijd vragen stellen. Dan gaat het meestal over het voetbal. Hoeveel heb je verdiend? Wat is je mooiste goal? Met wie heb je allemaal samen gespeeld? Ik heb in groep acht weleens 28 handtekeningen aan het einde van de dag moeten uitdelen. Dachten ze dat ik een wereldster was.

Hoe ging dat toen je nog actief was als profvoetballer?
Sinds afgelopen zomer ben ik afgestudeerd en doe ik dit fulltime, maar toen ik bij Heracles speelde, stond ik twee dagen per week voor de klas als stage. Ik zat op dat moment natuurlijk nog in FIFA. Dat vonden die kinderen wel mooi. Dan kwamen ze naar me toe om te vertellen dat ze met mij gespeeld hadden. Of schreeuwden ze door de klas dat ze met de meester hadden gescoord, lieten ze een filmpje zien.

Wat vonden je ploeggenoten bij Heracles ervan dat je ook voor de klas stond?
Ze verklaarden me voor gek, maar hadden tegelijkertijd wel respect voor me. Ik had nog weleens toetsen achterin de auto liggen na een training. Gino Bosz en Peter van Ooijen, die vaak meereden met mij, hebben tijdens de terugreis een keer geprobeerd zo’n toets uit groep acht te maken. Dat viel ze vies tegen. Ze zijn de hele reis bezig geweest met hoeveel ¾ maal ¾ is of wat vijftig procent van honderd is.

Bij Heracles werden natuurlijk ook wel grappen gemaakt, zeker over mijn lengte. Met mijn 1.67 meter ben ik natuurlijk een van de kleinste op de velden. Ik kan de grappen inmiddels wel dromen. Ik zou tussen die kinderen niet eens opvallen als de meester, of dan werd er gezegd dat die kinderen uit groep acht eerder in de Python in de Efteling mogen dan ik. Ach, ik kon er altijd wel om lachen.

En andersom, hoe ben jij naar de voetballerij gaan kijken door je werk als leerkracht?
Ik denk soms: man, kijk eens om je heen naar het echte leven. Vijf dagen in de week voor de klas staan, dat is pas zwaar werk. Sommige spelers bij het beloftenteam van Heracles en Vitesse hadden bijvoorbeeld geen plan b. Ja, in Dubai de zakken vullen. Dat was plan b. Maar zij gingen er gewoon van uit dat ze zouden slagen als profvoetballer en speelden na de training de hele middag Call of Duty.

Ik probeerde ze soms duidelijk te maken, dat als ze zo goed waren geweest, ze niet bij het tweede team van Heracles hadden gezeten. Sommigen snapten dan wel wat ik bedoelde, maar genoeg jongens luisterden dan niet. Zoek het dan ook maar uit, dacht ik dan.

Wat is er zo mooi aan het vak van leerkracht?
Elke dag is anders en ieder kind heeft zijn eigen verhaal of problemen. Bij de één is net zijn konijn dood, bij de ander heeft juist een familielid de lotto gewonnen. Het is mooi om een band met kinderen op te bouwen. Ik heb echt onwijs veel plezier in het werk en kan er veel voldoening uit halen.

Werken op een basisschool wordt volgens mij vaak gezien als een vrouwenberoep. Merk je daar iets van?
De verhouding tussen vrouwen en mannen is ongeveer 80/20. Vooral jongens vinden het leuk als er een meester is. Ik ben dan toch een soort rolmodel, iemand met dezelfde interesses. In de pauze doe ik bijvoorbeeld altijd mee met voetballen. En dan ben ik fanatiek, hè. Sta ik na de pauze met gigantische zweetplekken voor de klas. Ik probeer dan de beste voetballertjes een panna te geven, vinden die andere jongens mooi joh. De grote jongens die even voor schut worden gezet. Geweldig, toch.

Waarom is het je niet gelukt om te slagen als profvoetballer?
Er zijn denk ik een paar redenen. Mijn lengte speelde mee. Bij Vitesse zeiden ze altijd dat als ik 15 centimeter langer was geweest, ik al lang in het eerste team had gespeeld. Ik heb ook niet het geluk gehad op de juiste momenten. Ik werd eens uitgenodigd voor het Nederlands team onder 16 jaar, maar die uitnodiging heb ik laten schieten omdat ik een proefwerkweek had en op ‘blijven zitten’ stond. Daarna ben ik nooit meer uitgenodigd, terwijl een plekje bij Oranje veel kan betekenen. Achteraf had ik beter kunnen gaan, want ik bleef alsnog zitten.

Op het moment dat ik voor een tweejarig contract bij Heracles koos, kon ik ook voor nog een jaar bij Vitesse blijven. Dat zag ik niet zitten, maar net nadat ik vertrok raakten er drie linksbacks geblesseerd bij Vitesse. Dat is gewoon pech. En ik moet eerlijk toegeven dat ik op sommige momenten ook gewoon iets te veel de clown heb uitgehangen.

De clown? Was je zo’n grappenmaker?
Als de fluit ging, was ik honderd procent gefocust, maar daarbuiten nam ik het allemaal niet zo serieus. Ik houd van een lolletje, en trainers ergerden zich daar weleens aan. We speelden een keer met Jong Heracles tegen Jong ADO, wilde ik in de warming-up het keepersshirt aan doen. Leek me leuk, dat de tegenstander zou denken dat er iemand van 1.67 op goal zou staan. Vonden ze bij Heracles niet zo grappig. We verloren en ik kreeg daarna te horen dat ik me meer moest focussen en dat ik anderen uit hun concentratie haalde. Die wedstrijd ging nergens over, dus ik dacht dat het wel kon.  

Ik neem aan dat de klassieke voetbalgrappen dan ook allemaal voorbij zijn gekomen.
Tijgerbalsem in de onderbroek, dat soort dingen zeker. Ik heb het eens gedaan bij Reuven Niemeijer, maar nooit gedurfd bij een trainer. Daar baal ik nu van. Ik heb John Stegeman wel flink te grazen genomen bij Heracles. Van alle deuren waar hij doorheen zou moeten had ik de deurklinken ingesmeerd met vaseline. Dat spul voel je de hele dag aan je handen. Iedere keer als hij zijn handen net weer had schoongeveegd aan zijn broek, zat de volgende deurklink ook weer onder.

Hij dacht dat Thomas Bruns en Mike te Wierik het hadden gedaan, die haalden ook altijd dat soort dingen uit. Ongeveer een jaar geleden hebben we voor de grap de auto van Tim van de Berg volgegooid met hooi, stro, zaagsel, rijst, hondenbrokken en varkensoren. Hij vertelde laatst dat hij als hij nu een rotonde neemt, nog steeds de rijstkorrels in de ventilator hoort.

Heb je nog meer van dat soort dingen uitgevreten?
Bij Achilles heb ik dit seizoen samen met twee andere jongens in december de auto van Gioney Capello, een jongen uit Amsterdam, bij De Treffers gezet. Dat is de rivaal van Achilles en zit aan de andere kant van het dorp. Hadden we het damesteam een brief aan hem laten geven: “Bedankt voor het lenen van je auto, hij staat bij De Treffers. Groet, Sint en Piet”. Heeft hij het halve dorp doorgelopen om zijn auto te halen, daarna heeft iemand hem een lift gegeven.

Het mooie was dat de coach, Eric Meijers, aan dat soort grappen gewoon meewerkte. Dan zeiden we tegen hem dat hij ons zogenaamd bij hem moest roepen na de training. Dat deed hij dan, maar dan hadden wij extra tijd om dat soort dingen te doen.

We verstopten ook regelmatig de kleren van Gioney. In andere kluisjes, in de vriezer, verzin het maar. Andersom deed hij ook van alles, hoor. Elke dag zei hij weer dat ik moest oppassen. Daarom rook ik altijd na het douchen aan mijn schone onderbroek, om zeker te weten dat hij er niks in had gedaan. De sfeer was daar echt geweldig.

Is de humor in het amateurvoetbal anders dan in het profvoetbal?
Jongens in het profvoetbal zijn totaal anders. Die vertellen in de kleedkamer tot in detail wat ze allemaal uitspoken in de slaapkamer. Dat zou een jongen uit het amateurvoetbal niet zo snel doen. Profvoetballers interesseert het allemaal niks. Die hebben bijvoorbeeld ook vaak een leaseauto, dat is toch anders dan als de auto echt van iemand is.  

Ik neem aan dat je van die grappen niet kan uithalen in de klas?
In groep zeven of acht kun je wel iets meer ouwehoeren met die kinderen. Dat creëert ook wel een band. Jongens in dat soort klassen zijn ook brutaler. Laatst hadden er twee aangekondigd dat ze een slagroomtaart in mijn gezicht en in die van een andere meester gingen gooien, omdat we allebei weggingen. Ik dacht dat ze bluften, dat het grote praatjes waren. Ineens kreeg ik van links die taart vol in mijn gezicht. Later heb ik die jongens wel teruggepakt, ook met een slagroomtaart.

Je hebt voor iemand van jouw lengte best flinke bovenbenen. Hoe kan dat?
Daar werd in de jeugd van Vitesse op gehamerd, om mijn lengte te compenseren. Op een gegeven moment schoot het een beetje door en moest ik wel rustiger aan doen. Nu onderhoud ik het in de sportschool. Daar staan ze weleens te kijken dat zo’n klein mannetje 120 kilo staat te squaten, dat is bijna twee keer mijn lichaamsgewicht.  

Ik weet nog wel dat zelfs Wilfried Bony onder de indruk was. Ik trainde weleens mee bij het eerste team of hij deed mee bij het tweede als hij geblesseerd was, dan begon hij er vaak over. Hoe die benen in godsnaam zo groot konden zijn. Hij had daar wel respect voor. En heb je nu zijn bovenbenen gezien? Die zijn gigantisch. Het broertje van hem, Herman Bony, heeft trouwens nog een tijdje met ons meegetraind bij Jong Vitesse. Met hem heb ik nog altijd contact. Hij stuurt me af en toe via Facebook een berichtje, dan praten we even bij.

Je hebt bij Vitesse wel met grote spelers op het veld gestaan. Heb je daar nog mooie herinneringen aan?
Met een aantal jongens heb ik een speciale band. Robin Gosens, die nu bij Atalanta Bergamo speelt, is bijvoorbeeld een van mijn beste vrienden geworden. Hij motiveerde mij altijd heel goed door op me in te praten, net als Alexander Büttner. Met hem zat ik altijd in hetzelfde busje naar school en training, omdat we uit dezelfde richting komen. Hij zei altijd dat ik naar hem moest kijken. Hij speelde een tijdje ook niet altijd, maar is uiteindelijk wel miljonair geworden door elke dag honderd procent te geven.

Toch heb je nu je profcarrière opgegeven, of niet?
Als er een Jupiler League-club met een heel goed aanbod komt, zou ik dat ook nog overwegen. Maar ik ga niet alles meer aan de kant schuiven voor het voetbal. Na Heracles kon ik ook naar MVV en Telstar, maar dat heb ik bewust niet gedaan. Ik zou een klein contract krijgen, kon daar net van rondkomen, moest verhuizen en mijn studie tijdelijk stopzetten. Dat vond ik het niet waard. Ik hoop komende zomer weer lekker in de Tweede Divisie te kunnen voetballen.

En wat wil je bereiken in het onderwijs?
Ik wil op den duur mijn eigen klas. Alleen weet ik nog niet wat voor een school en welke leeftijdsgroep precies bij me past. Ik neig naar een school met een vrijere manier van lesgeven. Je kunt bijvoorbeeld geschiedenis uit een boek leren, maar ook door projecten kunnen ze iets leren. Ik ben meer van dat laatste. Door ervaringen onthouden kinderen iets beter dan zinnen lezen. Maar ooit wil ik directeur van een basisschool worden.

Word je sinds De Luizenmoeder op tv is eigenlijk veel aangesproken op je werk?
Nee, dat valt wel mee. Vaak beginnen mensen wel meteen te zingen als ik binnen kom: ‘Hallo allemaal, wat fijn dat je er bent…’.

Herken je wel situaties?
In de serie is natuurlijk alles heel extreem, wat dat betreft valt de realiteit mee. Wel heb ik laatst hardop staan lachen in de klas. Ik gaf les aan groep vijf en op een gegeven moment wilden twee jongetjes via een briefje iets zeggen tegen elkaar. Ik heb dat briefje onderschept en toen ik het openvouwde, hield ik het niet meer. Er stond: “Joep wil zijn pielemuis in de voorbibs van Anna steken”.

Blijkbaar had Joep dat op het schoolplein tegen een van die jongetjes gezegd. Ze kregen in ieder geval alle drie een rode kop. Na de les heb ik ze nog even bij me geroepen en heb ik ze uitgelegd dat dit niet de juiste manier is om dit soort dingen te bespreken.

Dit is een interview uit de serie Het Nieuwe Leven, waarin gestopte profvoetballers vertellen over hun nieuwe carrières. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.

Logo