×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

In gesprek met Ramon Zomer over caravans, bikini’s en zijn sportwinkel

JD
Julian Droog, Foto's door: Julian Droog

April 4, 2018, 12:51

"De meeste mensen verwachten een profvoetballer niet op een camping met een wc-rol onder zijn arm.”

De rolluiken in het kleine winkelcentrum van Nijverdal gaan even omhoog. Het is nog vroeg in de ochtend, maar Ramon Zomer zit al achter de laptop in zijn sportzaak. De winkel is nog een uur gesloten, de personeelsleden druppelen een voor een binnen. Hier brengt de 34-jarige ex-profvoetballer tegenwoordig zijn dagen door.

Zijn carrière als centrale verdediger bij FC Twente, Heerenveen, NEC en Heracles Almelo zit er inmiddels anderhalf jaar op. Vanwege een zware knieblessure is hij in november 2016 gestopt. Zijn nieuwe leven had Zomer toen al grotendeels ingericht. Als voetballer van Heracles nam hij in de zomer van 2015 een sportwinkel in Nijverdal over. Tussen het ontbijt en de ochtendtraining werkt hij op de club de administratie bij. Als iedereen naar huis gaat, rijdt Zomer naar de winkel om mee te helpen.

De nuchtere Tukker is op wel meer vlakken geen typische (ex-)profvoetballer. Zo trekt hij bijvoorbeeld iedere zomer met de caravan van camping naar camping en heeft hij doorlopend de gekste toekomstplannen. VICE Sports zocht hem op in zijn Overijsselse sportwinkel en sprak Zomer over zijn nieuwe bestaan, het campingleven en de Europese tripjes met Mario Been.

VICE Sports: Hey Ramon, komen er weleens supporters speciaal hier naartoe voor jou?
Ramon Zomer: Mensen vinden het leuk om iets te kopen bij een oud-profvoetballer. Maar het is niet zo dat ze van heinde en verre komen om met mij op de foto te gaan. Dat mag wel, hoor. Maar dan moeten ze wel iets kopen.

Hoe ben je op het idee gekomen om een sportwinkel te beginnen?
Ik zit altijd vol ideeën. Ik heb op mijn 23ste een makelaarscursus gevolgd, om huizen te kunnen verkopen. Die heb ik niet afgemaakt, ik was te laks. Later had ik bedacht dat ik partytenten en springkussens wilde verhuren. Er staan hier genoeg lege schuren in de buurt, daar kon ik ze dan mooi opslaan. Een taxibedrijf heb ik ook weleens aan gedacht. Hoefde ik alleen maar een autootje te kopen en een vriend als chauffeur erin te zetten, dacht ik. Maar de kosten zouden te hoog zijn, dat werd dus ook niks.

Maar de sportwinkel wel.
Van jongs af aan leek me dat al mooi. Ongeveer vijf jaar geleden ben ik eens gaan rondkijken. Er kwam in Vroomshoop iets vrij, maar het werd me afgeraden daar iets te beginnen. Drie jaar later begon een makelaar er weer over. Hij had een pand in Nijverdal. Ik voetbalde toen nog bij Heracles. Ik heb wat sponsoren en de penningmeester van de club om hulp gevraagd. Ik heb wel een MBO-diploma en bij de VVCS een cursus startend ondernemer gevolgd, maar de rest heb ik gewoon via Google uitgezocht. Die mensen van de club hebben gekeken of de begroting een beetje klopte. Iedereen had er vertrouwen in, zelf zag ik het zitten. 26 augustus 2015 ben ik begonnen.

Hoe start je eigenlijk een zo’n winkel?
De oude sportzaak die hier zat, ging failliet. Er was niets meer aan voorraad. Op een vrije dag ben ik samen met een vriend naar Beneden-Leeuwen gereden, daar ging iemand stoppen met zijn sportwinkel. Alles wat ik wilde hebben, kon ik voor een vaste afgesproken prijs overnemen van hem. Het bleek alleen dat die zaak nog open was. Hebben we met linten alles afgezet wat ik wilde overnemen, zodat dat niet verkocht kon worden. Een paar dagen later had ik mijn eerste voorraadje.

Was het werk in de winkel te combineren met een leven als profvoetballer?
’s Ochtends trainden we en daarna ging ik snel naar de zaak. Ik heb dat jaar mijn beste seizoen uit mijn carrière gespeeld. Ik was een speler die veel nadacht over de tactiek, de laatste wedstrijd, de komende tegenstander, mijn eigen spel. Eigenlijk zat ik de hele dag met mijn hoofd bij het voetbal. Met de sportwinkel had ik daar geen tijd meer voor. Ik zag het voetbal meer als hobby. Daar ging ik beter van voetballen. Op vrijdagavond was ik weleens om half elf klaar met werken, dronk ik nog een biertje met collega’s. De volgende dag leefde ik dan rustig naar de wedstrijd toe. Dat seizoen hebben we zelfs Europees voetbal gehaald.

Hoe werd er bij de club gereageerd op je tweede baan?
Eerst ging het goed. Om 9.00 uur ontbeten we altijd samen, daarna had iedereen een uurtje voor zichzelf. Dan pakte ik mijn laptop en ging ik zitten werken. Anderen lagen dan bij de fysio voor een behandeling of deden krachttraining. Op een gegeven moment liep het een beetje uit de hand. Deed ik om 10.25 de laptop dicht, sprintte ik naar de kleedkamer en stond ik net op tijd op het veld. Toen zei de coach wel dat ik op moest letten en niet te ver moest gaan. Als we één of twee keer verloren, werd het voor mijn gevoel ook minder op prijs gesteld. Dan ging ik boven in de businesskamer zitten. Verdween ik gewoon een halfuurtje.

Dit is ook wel heel anders de spits van pak ’m beet NAC uitschakelen.
Ik weet nog wel dat ik voor het eerst naar een inkoopbeurs ging. Het thema was ‘Bad en Beach’. Ik ging samen met mijn vrouw en de bedrijfsleider, we hadden alle drie geen ervaring met inkopen doen en geen idee hoe zo’n beurs ging. Moest ik ineens allerlei bikini’s uitzoeken. En die dingen hebben dan ook nog een los bovenstukje.

Veel winkels hebben het moeilijk tegenwoordig. Kan het nog uit om een sportwinkel te hebben?
Veel mensen gaan nu bijvoorbeeld naar de Zara voor een bikini, vroeger gingen ze naar een sportwinkel. Wat dat betreft is het wel lastig. Ik werk nu ook harder voor minder geld. Rijk zal ik hier niet van worden, maar daar gaat het ook helemaal niet om. We hebben de eerste jaren ‘geplust’, ik kan mijn eigen salaris betalen. Dat is prima. Iedere dag brengt gewoon iets anders, dat vind ik het mooiste. Ik heb ook goed kunnen sparen tijdens mijn carrière, dat helpt ook.

Van geldgebrek in huize Zomer is dus gelukkig geen sprake.
Ik kan nog steeds leuke dingen doen. Van naar de bioscoop of uit eten geniet ik nu meer dan vroeger. Als voetballer deed ik het zonder erover na te denken. Dan zag ik in een folder een tv van 2.000 euro, reed ik naar de winkel en kocht ik hem. Nu houd ik niet iedere maand 2.000 euro over. Je moet als voetballer niet denken dat die maandelijkse bedragen normaal zijn. Je raakt de grip op de werkelijkheid een beetje kwijt.

Daar denken voetballers weleens te weinig over na. Zijn ze 28, tekenen ze een contract voor drie jaar en sluiten ze een tophypotheek van 650.000 euro af. Hoe ga je dat betalen als je gestopt bent dan? Ik heb het geluk dat ik uit een normaal gezin kom. Mijn vader was bouwvakker, mijn moeder werkte in de thuiszorg. We gingen wel op skivakantie, maar dan namen we gewoon pakjes drinken mee, après-skiën zat er niet in en we stonden gewoon met onze caravan op een camping.

Kamperen in de winter? Dat is toch hartstikke koud?
Dat is misschien nog wel warmer dan een appartement. Ik kampeer nog steeds. Iedere zomer gaan we lekker met de caravan drie weken weg. Trek ik op de eerste dag de zwembroek aan, drie weken later gaat die weer uit. Als kind ging ik altijd naar Gardameer, mijn vader was een windsurfer. Ik vond dat heerlijk, een beetje aanklooien met een surfplank.

En dan werd je niet raar aangekeken als je met de wc-rol onder de arm naar het toiletgebouw liep?
Ach, de meeste mensen verwachten een profvoetballer niet op een camping. We stonden ook vaak met gepensioneerden, omdat de schoolvakanties nog niet begonnen waren. Als de mensen het al wisten, vonden ze het alleen maar leuk. Ik ga ’s ochtends altijd brood halen, maar dan blijf ik tot ergernis van mijn vrouw vaak een halfuur weg. Sta ik met iedereen een praatje te maken. Mooi toch? Ik begon er alleen nooit zelf over dat ik voetballer was. Die vragen ontweek ik altijd een beetje.

En je werd in de kleedkamer niet uitgelachen door je teamgenoten?
Ik was inderdaad een van de weinige die onder de douche stond te vertellen dat-ie naar de camping was geweest. Ik ga niet de hele vakantie in een hotel zitten. Nu rijd ik gewoon ergens anders naartoe als ik het niet naar mijn zin heb. Bas Sibum stond trouwens ook weleens op een camping, maar dan in zo’n stacaravan. Dat is niet echt kamperen, vind ik. Dan heb je niet echt die vrijheid. Al hebben wij dat afgelopen zomer ook gedaan, omdat ik een evenwichtsstoornis had.

Een evenwichtsstoornis?
Ik fietste vorig jaar van de sportwinkel naar huis en halverwege werd ik ineens duizelig. Slingerend ben ik nog thuis gekomen, maar ik had constant het gevoel dat ik moest overgeven en flauw ging vallen. Ik ben door de ambulance opgehaald en heb drie dagen in het ziekenhuis gelegen. Een voorhoofdsholteontsteking was overgeslagen op mijn evenwichtsorgaan.

Heb je er nog veel last van?
Ik ben altijd wel een beetje duizelig, maar ik kan weer normaal functioneren. Tennissen was een tweede hobby van me, maar dat gaat niet meer. Als ik de bal opgooi, ben ik hem kwijt. Met voetballen gaat het nog, omdat ik door de ervaring wel kan inschatten waar een bal komt. Maar als een voorzet gaat zwabberen, zit ik ernaast.

Voetbal je nog steeds?
Ik doe mee aan een 7-tegen-7-competitie, voor 35-plussers. Dat is op een half veld en gaat eigenlijk meer om de derde helft. Eén keer heb ik meegedaan in het eerste van Daarlerveen, de club waar ik ooit ben begonnen. Maar het voetbal is niet zo heel best. Ze staan laatste met nul punten in de vierde klasse van het zaterdagvoetbal, het laagste niveau. Zelfs van MVV’69, de club uit een dorp verderop, verloren ze dit seizoen. Nou, zoiets gebeurt zelden.

Hoe was het om in de kelder van het amateurvoetbal te spelen?
Als de bal naar voren gaat, is die binnen tien seconden weer terug. Maar ik vind het leuk om mijn cluppie af en toe te helpen. Die jongens zijn hartstikke fanatiek, maar de club is gewoon te klein. Er moet zelfs iemand van vijftig in de basis staan.

Als je terugkijkt op je carrière, wat is je dan het meeste bijgebleven?
Het laatste seizoen met Heracles. Dat was mijn beste jaar en voor het eerst haalde de club Europees voetbal. Daarnaast waren ook de Europese tripjes met NEC schitterend.

Hoe gingen die Europese tripjes?
Laat ik eerst zeggen dat we toen met Mario Been precies de goede trainer hadden. Dan gingen we bijvoorbeeld naar Boekarest, in Roemenië. Op de dag van de wedstrijd deden we dan eerst een hele bustour door de stad. Zijn we nog bij het paleis van Nicolae Ceausescu geweest. Wist je dat die oude dictator onder het parlement een enorme tunnel had laten bouwen naar het vliegveld? Als er een revolutie zou komen, kon hij daarin met de auto vluchten.

’s Avonds speelden we de wedstrijd en daarna gingen we flink zuipen met z’n allen. Vaak bleven we in het hotel, maar zaten zo tot drie uur aan de bar. Zei Mario om half drie dat het wel een keer genoeg was geweest, maar dan was het niet erg als je nog een uurtje bleef zitten. Dat deed hij namelijk zelf ook.

Drie dagen later stonden jullie dan weer fris en fruitig op het veld?
Die avonden versterkten juist het groepsgevoel. Ik stond toen samen met Peter Wisgerhof centraal achterin. Dan pepten we elkaar op. “Kom op Peter, loop die laatste biertjes er ook uit,” riep ik dan. Met Patrick Pothuizen had ik ook zo’n klik. Hij was natuurlijk ouder, dus dan schreeuwde hij altijd: “Geef die bal maar aan papa, dan komt alles goed.”

Was Mario Been ook de beste trainer die je gehad hebt?
Nee, dat was Fred Rutten. Hij is zo bezeten en heel goed in het beter maken van spelers. Onder hem presteerde ik wel minder, omdat ik mezelf al veel druk oplegde. Ik dacht over alles na. Terwijl Been zei: “Zomertje, gewoon lekker voetballen.” Dat werkte beter, net zoals ik in het laatste jaar afleiding had met de winkel.

Mis je het voetbal?
Nog niet, maar ik vind het wel leuk om af en toe te bellen met Mark-Jan Fledderus. Hij is nu technisch directeur bij Heracles en vraagt weleens om mijn mening. Ik was laatst ook een keer te gast in een voetbalpraatprogramma op TV-Oost, dat vond ik ook wel leuk. Ik durf wel mijn mening te geven.

Ze zoeken nog een opvolger voor Johan Derksen.
Die grap maakte ik ook tegen mijn ouders. Ik zie wel wat er ontstaat, ik vind het vooral leuk om te doen.

Wat wil je de komende jaren bereiken?
Ik wil alles beter onder de knie krijgen. Hoe kan ik beter inkopen? Hoe prijs ik artikelen af? Het moet vlekkeloos lopen. Misschien dat ik dan ooit nog wel een andere winkel open. Ik heb altijd wel ideetjes. Ik heb er ooit ook aan gedacht om geschiedenisleraar te worden. Of journalist, lijkt me ook mooi. Laatst zat ik ook te denken: waarom gaan we niet een jaar op Bali wonen? Lekker zo’n huisje op het strand. De winkel laat ik een tijdje over aan de bedrijfsleider, ga ik daar wel toeristen rondleiden of zoiets.

Ben je dan weleens op Bali geweest?
Nee, maar ik heb de foto’s en de prijzen daar gezien. Met mijn voetbalpensioen ben ik daar spekkoper. Maar goed, er zijn 101 dingen die me tegenhouden, dus het zal er wel niet van komen.

Word je zelf niet helemaal gek van al die ideeën?
Als voetballer heb je nou eenmaal te veel tijd om overal over na te denken. Ik zeg het ook niet eens meer tegen mijn ouders en mijn vrouw. Die worden er helemaal gek van. “Heb je hem weer met zijn gekke ideeën,” zegt mijn vrouw dan.

Dit is een interview uit de serie Het Nieuwe Leven, waarin gestopte profvoetballers vertellen over hun nieuwe carrières. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Logo