×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

Het leven en de dood van Ajax-keeper Lloyd Doesburg

SR
Sam van Raalte, Foto's door: Familie Doesburg/Ajax Media/Imani van der Horst/Barry Pirovano

June 7, 2018, 11:52

Op zijn graf groeit nog altijd een stukje gras uit de zestienmeter van stadion De Meer.

Sylvia Doesburg zit met een moeilijk gezicht aan tafel. Omdat we een zwaar onderwerp bespreken, vraag ik of het wel goed gaat. Sylvia moet daarom lachen. “Nou, ik nam net een slokje thee en die is nog heel heet,” zegt ze. Ook haar dochter Darlene begint keihard te lachen. “Nu moeten we het interview zeker opnieuw beginnen?,” vraagt ze. Dat hoeft gelukkig niet. We kunnen gewoon verder praten over het leven van Lloyd Doesburg.

Op het internet is relatief weinig te vinden over Lloyd Doesburg, de keeper van Ajax die in 1989 overleed bij de SLM-ramp. Dat is zonde, want zijn verhaal en deze vliegramp mogen niet vergeten worden. Daarom spreek ik in Lelystad met Darlene en Sylvia Doesburg, de oudste dochter en weduwe van Lloyd. In de eetkamer van Darlene vertellen zij aan tafel uitgebreid over het leven van Lloyd, zijn dood en wat er daarna met het gezin gebeurde.

Sylvia Doesburg vertelt in Lelystad over haar Lloyd.

Sylvia en Lloyd leerden elkaar kennen in de jaren zeventig. Lloyd zag Sylvia een keer zitten in de bus en was meteen zo verliefd, dat hij daarna vaak dezelfde bus nam om haar te zien zitten. “Ik zag hem ook weleens zitten en dacht gewoon dat hij op weg naar huis was. Ik wist niet dat hij gewoon een soort stalker was,” vertelt Sylvia lachend. Lloyd durfde Sylvia pas aan te spreken toen ze een keer op dezelfde avond in een Utrechtse discotheek waren. Sylvia vond hem wel aardig. “Aardig genoeg om vervolgafspraken te maken.”

Zo groeide hun contact heel langzaam. Sylvia was negentien jaar en Lloyd zei dat hij achttien was. Dat geloofde Sylvia, totdat Lloyd jarig was en tegen de lamp liep. Op het verjaardagsfeestje in huize Doesburg zag Sylvia maar vijftien kaarsjes op de taart staan. Lloyd bleek vier jaar jonger dan Sylvia te zijn. Hij had over zijn leeftijd gejokt om een kans bij haar te maken. “Toen was het al te laat, want ik was in principe al een pedofiel,” zegt Sylvia. “Ik kon gewoon een strafblad krijgen. Maar ach, wat had het nog voor zin om te stoppen? Ik was al verliefd en mijn schoonvader had me al in zijn hart gesloten. Ik zat eigenlijk al in de familie. Lloyd was mentaal ook gewoon veel ouder dan zijn leeftijdsgenoten.”

Lloyd Doesburg met Excelsior in actie tegen Ajax. (Foto via Ajax Media)

Lloyd en Sylvia bleven samen, terwijl Lloyd carrière maakte als keeper. Hij ging van de Utrechtse amateurclub Elinkwijk naar Vitesse, waar hij van 1981 tot 1986 onder de lat stond. Sylvia herinnert zich die jaren nu als mooie, warme jaren. In die periode werden ook Darlene en een paar jaar later zoontje Guillermo geboren. Lloyd was als vader non-stop bezig met zijn kinderen. Hij deed thuis praktisch alles als het om de kinderen ging. “Later ging ik erover nadenken en dacht ik: misschien heeft hij altijd ergens geweten dat hij niet lang zou leven, en wilde hij daarom extra tijd met zijn kinderen doorbrengen,” zegt Darlene.

Naast de zorg voor de jonge kinderen had Lloyd ook een vooraanstaande rol in de familie Doesburg. “Hij was de Akela, snap je?,” vertelt Darlene verder. “Elk weekend was er wel ergens een feestje in de familie. Alle nichtjes en neefjes waren er dan bij. Mijn vader was de gangmaker, dus het was altijd feest. Hij gooide er de meest prachtige schijnbewegingen uit op de dansvloer. Mijn vader dacht dat hij heel goed kon dansen. Dat was niet zo, maar omdat hij het wel echt zo voelde, leek het ook zo.”

Lloyd Doesburg danst op een familiefeestje. (Foto via familie Doesburg)

Lloyd transfereerde in 1986 van Vitesse naar Excelsior, waar hij na een jaartje weer mocht vertrekken. Volgens Sylvia kon Lloyd niet goed aarden bij de Rotterdamse club. Hij kwam zonder werk te zitten, maar er moest toch brood op de plank komen, dus Sylvia ging aan het werk. Ze maakte wc’s schoon bij de Utrechtse busmaatschappij en werkte als secretaresse bij bedrijfsvereniging Detam. Op een dag belde Lloyd haar op, terwijl ze bij Detam werkte. “Syl, kan je naar huis komen?”, zei hij. “Ik moet naar Amsterdam en jij moet bij de contractonderhandelingen zijn. Johan Cruijff belde net. Hij vroeg of ik naar Ajax wil komen.”

Van enthousiasme viel Sylvia bijna flauw aan de telefoon. “Ik ging even out,” zegt ze. “Maar ik pakte meteen mijn spullen en zat twee uur later met Lloyd in Amsterdam.” Ajax wist dat Lloyd al een paar maanden zonder club zat, dus hij kreeg geen dik contract aangeboden. Op dat moment was Stanley Menzo ook gewoon de onbetwiste eerste keeper van de club, dus het was duidelijk dat Lloyd tweede keeper zou worden. “Ajax bood niet veel, maar Lloyd zag het als een kans om te groeien,” herinnert Sylvia zich. “Het was alsnog fijn. We reden naar Ajax met iemand mee, toen we weggingen hadden we een auto onder onze kont.”

Lloyd Doesburg in het keeperstenue van Ajax. (Foto via Ajax Media)

Lloyd viel al snel goed in de spelersgroep. Zijn band met eerste keeper Menzo was goed. Lloyd klikte ook met onder meer de broertjes Witschge en Aron Winter. Omdat Winter ook in Lelystad woonde, reden ze vaak samen van en naar de training. Lloyd nam ook nieuwe buitenlandse spelers onder zijn hoede, zoals de Zweden Stefan Petterson en Peter Larsson. “Die kwamen vaak eten bij ons thuis,” vertelt Sylvia. “Als zij interlands hadden, zorgde ik dat bij hen thuis de plantjes water hadden en de post opgeruimd was.”

Sylvia beviel tijdens het eerste seizoen van Lloyd bij Ajax van dochter Talisha. Haar twee jaar oudere broertje Guillermo was een drukke peuter. “Lloyd nam hem altijd met zijn kinderfietsje en al mee naar de training,” vertelt Sylvia verder. “Bij de trainingen van Ajax in De Meer stond langs de kant altijd een rijtje opaatjes. ‘Mannen, kunnen jullie even op mijn zoon passen?,’ vroeg Lloyd dan. Dat deden ze maar al te graag.”

De familie Doesburg werd in het spelershome altijd opgevangen door Tante Sien, die het spelershome runde. “Je ging toen eigenlijk naar het spelershome voor Tante Sien. Zij verwende je gewoon,” vertelt Darlene. Ze reed op haar skeltertje rond op het terrein of speelde met andere kinderen verstoppertje in de kleedkamers. Darlene rende daar als vijfjarige rond tussen alle spelers. “Dat kon gewoon. Iedereen was je oompie. Je noemde ze niet bij voornaam, iedereen was je oompie. Het voelde allemaal zo goed. Daarom vind ik De Meer het mooiste stadion ooit.”

Dennis Bergkamp slaat een arm om de schouder van zijn vriend Lloyd Doesburg. (Foto via Ajax Media)

Voor Lloyd was het Kleurrijk Elftal een van de mooiste dingen in zijn leven, naast zijn gezin natuurlijk. Het elftal, dat in 1986 was opgericht door Sonny Hasnoe, bestond uit spelers met Surinaamse roots en speelde elke zomer wedstrijden om geld in te zamelen voor goede doelen in Suriname. Lloyd was enthousiast toen hij hoorde dat hij in de zomer van 1989 met het Kleurrijk Elftal naar Suriname mocht gaan om een tournee te maken. Vooraf plaagde hij Aron Winter er zelfs mee, omdat die niet mee mocht van Ajax. “Het was een gezellige boel, een zootje ongeregeld,” weet Sylvia. “Iedereen was super enthousiast voor deze reis. De spelers zouden ook veel vrije tijd krijgen, waardoor ze hun familie op konden zoeken.”

Tijdens de nacht voordat de vlucht vertrok, sliep Darlene slecht. Ze droomde dat het vliegtuig neerstortte. Op het moment dat haar vader de volgende dag bezig was de deur uit te gaan richting Schiphol, probeerde ze hem nog te stoppen. Dat lukte haar niet als zesjarige. “Ik was te klein,” zegt ze. “Papa was te druk bezig met zijn spullen pakken. In alle hectiek had hij het gewoon niet door. Nu ben ik 35. Als ik toen 35 was geweest, dan was ik er achteraan geracet en had ik Schiphol hermetisch afgesloten. Dan ging hij nergens heen, heel simpel.”

Maar Lloyd ging wel, en met een flinke vertraging vertrok vlucht PY 764 van SLM vanuit Schiphol naar Suriname. De bemanning was geleverd door een Amerikaans uitzendbureau voor piloten. Later zou blijken dat de crew niet over de juiste papieren beschikte. Zo was gezagvoerder Will Rogers eigenlijk te oud om te vliegen en was co-piloot Glyn Tobias een Vietnam-veteraan zonder enige vliegervaring. Het ging mis bij de landing op luchthaven Zanderij in Suriname. Het was mistig en het lukte de bemanning niet om goed te landen. Drie pogingen om de landingsbaan op te komen mislukten. De vierde keer zette de bemanning door, maar raakte het vliegtuig twee bomen, waardoor het om de lengteas begon te draaien. Om 04:27 uur stortte het vliegtuig ondersteboven neer bij de luchthaven.

Net als haar dochter de nacht ervoor, droomde Sylvia in de nacht van 6 op 7 juni dat het vliegtuig neerstortte. “Ik droomde dat iets voor 6 uur ‘s ochtends. Dat zijn altijd mijn gevaarlijke dromen. Alles wat ik droom om 6 uur, komt uit,” vertelt Sylvia. Kort nadat Sylvia wakker werd uit haar nare droom, belde de moeder van Aron Winter haar op om te zeggen dat het SLM-vliegtuig met het Kleurrijk Elftal aan boord een noodlanding had gemaakt. Sylvia had er geen goed gevoel over na haar droom. Haar vermoedens bleken te kloppen.

Alle negen bemanningsleden en 167 van de 178 passagiers waren om het leven gekomen. Op de televisie in haar woonkamer zag Sylvia bij de NOS voor het eerst de naam Lloyd Doesburg bij de overledenen staan, met een foto erbij. Ze rende in paniek naar buiten en begon te schreeuwen. Zelf weet ze hier nu niets meer van, maar Darlene herinnert zich dit nog helder. “De hele straat liep uit, alle buren kwamen naar buiten omdat ze het ook hadden gezien,” vertelt ze. “Mijn moeder begon haar gezicht tegen het straatstenen stoepje te duwen. En ik stond te kijken met mijn broertje en zusje. Ik kon niks. Ik had geen gevoel op dat moment.”

Ajacieden dragen de kist van Lloyd Doesburg. (Foto via Nationaal Archief)

Die avond stond het bestuur van Ajax in de huiskamer van de familie Doesburg. De club vertelde Sylvia dat ze kon bellen voor alle hulp die ze nodig had. Ajax betaalde het vliegticket van Sylvia naar Suriname, waar ze het lichaam van Lloyd moest identificeren. Stanley Menzo ving Sylvia op bij het vliegveld. Hij zette haar in een hotel, dat hij zelf voor haar betaalde. Omdat Sylvia in principe niet genoeg geld had voor de begrafenis, zamelde de spelersselectie van Ajax ook wat geld in om de familie te steunen.

Sylvia was blij met de steun die ze van Ajax kreeg. De club zorgde ervoor dat er bij de begrafenis een Ajax-vlag over de kist hing. Jongens uit het team droegen de kist. Ook bij de afwikkeling van de schadeclaim hielp de club. “Ze hebben de meest gekke brieven meegeschreven, want dat moet dan allemaal,” legt Sylvia uit. “Amerikaanse advocaten bemoeiden zich met de zaak, dus we moesten de vreemdste dingen neerzetten. Hoe goed onze relatie was bijvoorbeeld, of hoe goed Lloyd in zijn werk was. Ajax heeft toen een brief geschreven dat Lloyd trainer bij Ajax had kunnen worden als hij klaar was met voetballen.”

Kort na de ramp kreeg de familie Doesburg veel steun van mensen om hen heen, maar dat verdween langzaam na een paar weken. Maar een handvol mensen bleef Sylvia en haar kinderen structureel steunen. “Mensen kunnen slecht omgaan met pijn van andere mensen. Dat is menselijk,” zegt Darlene. “De vogels fluiten nog steeds, de zon komt nog steeds op en de auto’s rijden nog steeds. Je moet plassen, poepen, eten, drinken. Alles gaat gewoon door.” Sylvia herinnert zich vooral de oppervlakkige interesse. “Mensen vragen je wel hoe het met je gaat, maar willen dan horen dat het goed met je gaat. Als je zegt dat het slecht gaat, willen ze liever ergens anders over praten.”

De begrafenis van Lloyd Doesburg. (Foto via Nationaal Archief)

Sylvia leefde in de jaren na de ramp in een roes. Ze omschrijft het nu alsof ze op een wolk leefde en naar beneden keek. Omdat Lloyd zoveel tijd met de kinderen doorbracht, wist Sylvia eigenlijk nog weinig van hen. “Ik wist niet eens hoe ik het haar van Darlene moest kammen, want dat deed Lloyd altijd,” vertelt ze. Ook het verzorgen van de pasgeboren baby Talisha ging opeens moeizaam. Sylvia zette haar een keer in de wasbak, waar net een warme kraan aan had gestaan. Talisha kwam met haar arm tegen de kraan en kreeg een brandplek. “Toen wist ik dat het niet meer ging,” zegt Sylvia. “Ik besloot Talisha een paar maanden bij een vriendin in Utrecht onder te brengen, om de boel beter te overzien.”

Voor Darlene waren de jaren daarna ook moeilijk. Sylvia sloot zich soms een tijdje op in haar slaapkamer. Darlene maakte dan ontbijt voor haar moeder en haar jongere broertje Guillermo. Ze maakte ook de flesjes voor Talisha alvast klaar, zodat Sylvia die overdag alleen maar uit de koeling hoefde te pakken. Darlene bracht haar broertje naar school en ging daarna ook zelf. “Ik moest heel snel groot worden. Die 7 juni werd ik ineens vijftien,” zegt ze nu. “Je moet overleven. Als kindjes in Afrika dat kunnen, dan kan jij dat ook in een westers, welvarend land. Je moet gewoon, je hebt geen andere keuze. Je gaat op overlevingsmodus. En zo is dat altijd gebleven.”

Als Darlene er nu aan terugdenkt, snapt ze niet dat niemand uit de buurt vroeg of alles thuis nog wel goed ging, als ze telkens als zevenjarige met haar broertje van vier boodschappen ging doen. Sylvia weet daar allemaal niks meer van. “Misschien wil ik het niet weten. Ik denk dat ik dat allemaal heb geblokt.” Om haar eigen problemen te verstoppen, ging Sylvia in de jaren na de dood van Lloyd werken bij Slachtofferhulp Nederland. Sylvia deed dat een jaar of vier en was vooral bezig met incestslachtoffers. “Dat was eigenlijk heel raar, want op mijn werk hielp ik kinderen, terwijl thuis Darlene voor de kinderen moest zorgen,” beseft ze nu.

Na jaren haar problemen te hebben ontweken, stortte Sylvia in. Op een dag kon ze niet meer lopen, haar benen deden het niet meer. Slachtofferhulp kwam erbij en stelde vast dat Sylvia al jarenlang een posttraumatische stressstoornis (PTSS) had. Ze kreeg zware medicijnen van de dokter. “Ik zat daarmee eigenlijk alleen maar kwijlend op de bank. Daar kon ik helemaal niet meer door denken. Alles was afgevlakt.” Slachtofferhulp regelde ook een psycholoog voor Sylvia, maar het zat zo vast in haar hoofd, dat ze vaak moest wisselen van psycholoog, totdat ze eindelijk een klik had met iemand die gespecialiseerd was in PTSS.

Darlene Doesburg luistert terwijl haar moeder vertelt.

Omdat Talisha haar vader nooit had gekend, dacht Sylvia dat zij geen last zou hebben van Lloyd’s dood. “Dat was de grootste fout die ik kon maken,” zegt ze. Het deed Talisha juist pijn dat er in het gezin steeds gepraat werd over haar vader, die zij niet kende. Toen Talisha ging puberen, kwam dat naar boven en had ze het zwaar. “Uiteindelijk heeft zij van de drie kinderen juist de meeste last van gehad de dood van onze vader,” zegt Darlene.

Nu gaat het goed met Talisha en maakt ze carrière in de modewereld. Guillermo woont in België. Darlene en Sylvia wonen bij elkaar in de buurt in Lelystad. “Als we samen zijn, is het altijd goed,” zegt Darlene. “En als er problemen zijn, komen we direct bij elkaar.” Darlene is kapster en heeft lang in Amsterdam gewerkt. De SLM-ramp komt vaak terug in de praatjes die ze maakt met haar klanten. Een keer had Darlene een klant op haar stoel die het gezicht van haar vader op zijn arm had getatoeëerd. “Aan het eind van het gesprek zei ik dat Lloyd mijn vader was. De man begon te huilen in mijn stoel, en ik probeerde hem te troosten.”

Op het graf van Lloyd Doesburg ligt een stukje gras uit de zestienmeter van stadion De Meer. Het groeit daar nog steeds, 29 jaar nadat de keeper van Ajax omkwam bij de SLM-ramp. “Ik denk dat dit het enige stukje gras van De Meer is dat nog groeit,” zegt Darlene. “Het is ook een mooi stukje. Dat stukje gras is altijd mooier dan het stukje ernaast. Elke zomer staan we er nog eventjes op in onze blote voetjes.”

Lloyd Doesburg (uiterst links) in de dugout van Ajax. (Foto via familie Doesburg)

Sylvia heeft ondanks haar vliegangst jarenlang gevlogen, maar sinds 2015 is ze ermee gestopt. In 2014 overleed een neef van haar bij de MH17-ramp. Toen een jaar later een piloot van Germanwings zijn vliegtuig opzettelijk liet crashen, besloot Sylvia voorlopig niet meer te vliegen. Nu gaat ze vaak met de bus naar Spanje. “Dat is gezellig hoor,” zegt ze. “Ik ga altijd alleen op vakantie, maar heb nooit het gevoel dat ik eenzaam ben.” Ver weg gaat ze niet meer. Sinds het overlijden van Lloyd is ze altijd bang voor slecht nieuws. “Ik moet daarom weten dat ik binnen anderhalve dag thuis kan zijn.”

Bij Unicum, een amateurclub in Lelystad, wordt nog elk jaar gestreden om de Lloyd Doesburg penaltybokaal. Sylvia wordt dan elke keer uitgenodigd om de prijs uit te reiken. Kenley, de zoon van Darlene, speelt bij Unicum. Hij is negen jaar, keeper en lijkt volgens Sylvia en Darlene als twee druppels water op zijn opa Lloyd. “Hij straalt als hij in het doel staat,” zegt Darlene. “Dan doet hij een paar dansjes en raakt hij de lat even aan. Dat is zijn terrein.”

Logo