×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

Massaro Glunder vertelt over invalpartijen, zijn celstraf en geld sparen

KD
Kris Dekker, Foto's door: Imani van der Horst

February 28, 2018, 12:28

“Mijn celstraf heeft me mede gemaakt tot wie ik nu ben.”

De organisatie van WFL zit met de handen in het haar op de dag van zijn allereerste MMA-gala. De tegenstander van Andy Souwer is op de wedstrijddag niet meer bereikbaar, waardoor stad en land afgebeld wordt op zoek naar een vervanger voor een van de grote publiekstrekkers. Gelukkig is er een uitweg.

Mike Passenier krijgt hoogte van de situatie en biedt aan dat Massaro Glunder eventueel kan invallen. ‘The Project’ stond drie weken eerder nog in de ring in China, maar dat houdt hem niet tegen om zijn allereerste MMA-partij te vechten met maar een paar uur voorbereiding. Glunder verliest, maar mag twee weken later gelijk weer vechten in Glory, de Champions League van het kickboksen.

Op Glory 51 vecht de 23-jarige Amsterdammer zijn vijfde Glory-partij in negen maanden tegen Victor Pinto. VICE Sports sprak Glunder voor zijn laatste sparringsessie in Mike’s Gym over zijn MMA-partij, zijn vader en de Molukken vertegenwoordigen.

VICE Sports: Ha Massaro, hoe kijk je terug op die MMA-partij tegen Souwer?
Massaro Glunder: Ik had die ochtend een zware conditietraining achter de rug en ging naar de kermis met m’n broertjes. Toen belde Mike of ik een MMA-partij wilde vechten tegen Andy Souwer. “Is goed,” zei ik, daarna vroeg ik wanneer. “Misschien vanavond,” antwoordde Mike. Een uur later hoorde ik er niets meer over en Mike zei dat het waarschijnlijk toch niet door zou gaan.

Ik hield mijn spullen wel gereed en twee uur voor het gevecht zei Mike dat ik het toch kon doen. Ik had jaren terug wat MMA-training gedaan voor de lol, maar had nooit echt serieus getraind. Toch hield ik het vol tot de laatste tien seconden, toen moest ik afkloppen door een armklem. Waarschijnlijk had ik er makkelijk uit kunnen komen, maar ik ben geen MMA-vechter. Ik had geen zin om m’n arm te breken. Als dat wel was gebeurd, kon ik twee weken later misschien niet debuteren in Glory.

Kon je je daarvoor wel goed voorbereiden?
Nee, pas drie dagen van tevoren of vroeg Mike of ik in Parijs wilde invallen voor een van mijn trainingspartners die geblesseerd was geraakt. Ik was toen sowieso al van plan om mee te gaan om mijn team te helpen, maar dat was dé kans om voet in Glory te zetten. Ik vocht een gewichtsklasse hoger dan normaal in een contender-toernooi en won mijn eerste partij met een knock-out in de eerste ronde, maar verloor daarna in de finale van Chris Baya.

Baya is een van jouw vaste trainingspartners. Was het ongemakkelijk om tegen hem te vechten?
Het was een moeilijk gevecht, maar nu kunnen we er samen om lachen. Achteraf zeiden veel mensen dat het op een potje sparren leek, mede omdat we vaste trainingspartners zijn. Maar ik ken Chris door en door. Ik train twee keer per dag met hem en weet dus ook dat hij een van de hardste stoters van zijn gewichtsklasse is. Ik hield me niet in want ik wilde nog steeds heel graag winnen, maar kon er niet zomaar opklappen.

Is het niet een groot risico om een partij zo kort van tevoren aan te nemen?
Ik zie het zo: het is altijd een win-win situatie. Of je bent heel moedig, of je slaat je tegenstander knock-out zonder veel voorbereiding. Ik train constant en ben altijd in topvorm, dat is tenslotte mijn werk, dus kan die kans wil ik altijd wagen. Het is vaker goed dan slecht uitgepakt. En als ik niet win heb ik nooit tegen een pannenkoek gestaan.

Van die invalpartijen heb je dus ook wat gevechten verloren. Kan je goed tegen je verlies?
Verliezen is nooit leuk, maar ik kan er goed tegen. Ik zit er nooit lang mee, want als ik terug in de kleedkamer ben, kan ik het resultaat niet meer omdraaien. Waarom zou ik er dan nog kwaad om worden? Ook ben ik niet zo bang dat mijn record veel slechter wordt, die houd ik allang niet meer bij.

Als je opkomt ben je altijd gehuld in Molukse vlag. Waarom heb je ervoor gekozen om uit te komen voor de Molukken?
Ik ben geboren en getogen in Amsterdam, maar mijn moeder is Moluks en daardoor voel ik me ook vertegenwoordiger van de Molukken. Als ik het land met mijn prestaties op de kaart kan zetten, is dat mooi meegenomen. Er zijn weinig Molukse vechtsporters die vechten op zo’n hoog niveau als ik. Ik ben er nog nooit geweest, maar ben van plan om er deze zomer voor het eerst naar de Molukken toe te gaan.

De steun van het Molukse volk voel ik ook heel erg, meer dan van het Nederlandse volk. Nederlanders waarderen het minder als je met hun vlag vlag opkomt dan de Molukkers. Heel veel Nederlanders hebben de sport groot gemaakt, maar daar hoor je niets over. Nu hoor je wel veel over Rico Verhoeven, die ook een hele goede vechter is. Maar ik vind dat hij groter gemaakt wordt dan hij echt is en dat anderen, die ook voor de Nederlandse vlag uitkomen, minder erkenning krijgen. Er waren vechters voor hem die véél beter waren.

Jouw vader is Rodney Glunder, ook een flinke naam in het kickboksen. Was het daardoor vanzelfsprekend dat je ook ging vechten?
Eigenlijk niet. Mijn vader heeft vier zoons, maar ik ben de enige die kickbokst. Daar begon ik op m’n tiende mee toen bleek dat ik geen MMA kon doen, aangezien er dertien jaar geleden nog geen MMA-trainingen voor kinderen waren zoals nu. Toen heeft mijn vader me expres bij Mike neergezet.

Waarom ging je niet lekker bij je vader trainen?
Er wordt weleens gezegd dat ik kickboks om in zijn voetsporen te treden, maar onze paden zijn totaal niet te vergelijken. Hij trainde bij Lucien Carbin, maar zette mij bij Mike’s zodat ik mijn eigen weg kon bewandelen in plaats van het goed willen doen voor hem. Ik was jong en dacht er toen niet zoveel over na, het maakte me niet uit dat ik niet bij hem zat. Voor mij is hij gewoon mijn vader, niet dé Rodney Glunder. Hij heeft zich ook nog nooit met mijn training bemoeid.

In 2014 vocht je niet. In ‘Massaro’s Droom’ vertelde je dat dit mede kwam door een celstraf. Hoe kwam dat?
Ik heb een jaar lang vastgezeten voor een vechtpartij op straat. Ik was op weg naar de stad met m’n neef en hij kreeg onderweg ruzie. Toen kwam ik voor hem op en werd daarvoor opgepakt en veroordeeld. Ik kwam toen als negentienjarige terecht op een afdeling waar ik de jongste was en zag met eigen ogen hoe ik niet wilde eindigen, maar heb er nooit spijt van gehad of een slecht gevoel aan overgehouden.

Waarom niet?
Ik denk dat bijna iedereen wel eens ruzie of gevochten heeft op straat, ik ben er toevallig voor opgepakt. Ik ging er vanuit dat ik vroeg vrij zou komen en na mijn definitieve uitspraak hoefde ik nog maar drie maanden in de gevangenis door te brengen. Toen ik er daarna uitkwam was eigenlijk alles zoals het was.

Maakte je geen zorgen over je carrière?
Daar dacht ik helemaal niet aan. Ik dacht alleen aan hoe ik het beste van dat moment kon maken en het was nooit uitzichtloos voor mij. Twee maanden nadat ik vrijkwam, vocht ik in Japan en een half jaar daarna was ik de nummer drie van de wereld. Mijn celstraf heeft me mede gemaakt tot wie ik nu ben. Wie weet hoe het was gegaan als dat niet gebeurd was.

Je volgende partij is tegen Victor Pinto, wat weet je van hem?
Ik weet niet hoe ik hem moet beschrijven, ik ken hem niet.

Ben je niet geïnteresseerd in wie hij is en wat hij kan?
Ik heb weleens een wedstrijd van hem gezien waarin hij neerging in de eerste ronde, maar denk niet dat het nodig is om veel beelden van hem te analyseren. Ik volg andere vechters ook helemaal niet, alleen degenen waar ik zelf mee omga.

Vind je kickboksen niet interessant?
Ik vind kickboksen leuk om te doen en wil het er heel ver in schoppen, maar daar blijft het bij. Als ik er na mijn volgende partij niets meer aan vind, schuif ik het ook heel makkelijk aan de kant. Dat deed ik ook met school. Ik deed de Buitensportopleiding, wat ik in het begin heel erg leuk vond. Maar toen ik daar geen plezier meer in had, heb ik het heel makkelijk laten vallen. Ik moest in die tijd ook een keuze maken: kiezen of delen, volledig storten op kickboksen of mijn diploma halen. Dat was heel simpel: als je een goede kickbokser wil worden, hoef je geen diploma te halen.

Heb je wel een plan B?
Ik doe niet zo aan langetermijnplanning. Er wordt vaak tegen me gezegd dat ik meer aan de toekomst moet denken, maar als je je daar druk om gaat maken is het niet fijn om met de dag te leven. Ik vind het belangrijker hoe ik me nu voel dan hoe ik me later voel. Er kunnen nog zoveel dingen gebeuren die je niet kan voorspellen. Ik ben ook niet iemand die geld spaart. Geld is belangrijk en ik verdien meer dan een gemiddeld mens, maar ik vind het juist leuk dat ik na een wedstrijd met m’n broertjes op stap kan in plaats van alles op m’n bankrekening te storten en op te sparen.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.

Logo