×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

Voetballer Cerezo Hilgen wil van Amsterdam-Zuidoost naar Zuidoost-Azië

SR
Sam van Raalte, Foto's door: David Meulenbeld

January 23, 2018, 11:35

“Ik zie zoveel onbekende voetballers daarheen gaan, een held worden en geld binnenslepen. Daardoor weet ik dat ik nog een kans heb.”

Elk voetbaltalent droomt er in eerste instantie van het te schoppen tot een club als Barcelona of Bayern München. Maar als je 23 jaar bent en even zonder club komt te zitten, moet je je dromen bijstellen. Cerezo Hilgen vindt dat geen probleem. Hij mocht afgelopen zomer na een jaartje bij FC Dordrecht vertrekken en heeft sindsdien zijn zinnen gezet op een stap naar Zuidoost-Azië.

De verdediger kon wel op amateurbasis in de Jupiler League blijven spelen, maar ziet dat niet zitten. Hij gaat liever voetballen in het buitenland, en dan het liefst bij een club in een land als Thailand, Vietnam, Maleisië of Indonesië. VICE Sports sprak met Cerezo af in de buurt van de Amsterdam Arena, waar hij woont, om erachter te komen waarom hij zijn pijlen heeft gericht op een Aziatische club. Dit is zijn verhaal.


“Ik woon in Amsterdam-Zuidoost met mijn moeder en mijn zusje. Ik ben elke dag alleen maar met trainen bezig en dat kan gelukkig, omdat ik nu een uitkering heb bij het UWV. Ik schaam me daar niet voor. Je moet toch wat. Nadat ik afgelopen zomer zonder club kwam te zitten, heb ik bij het UWV gewoon uitgelegd wat mijn situatie is. Door die uitkering kan ik me lekker fit trainen in de Basic Fit, voor als er een club langskomt. Op dit moment doet het UWV daar niet moeilijk over, maar over een tijdje kunnen ze moeilijk gaan doen. Tegen die tijd hoop ik al in Azië te zitten.

Mijn droom is een club in Zuidoost-Azië. Landen als Indonesië, Thailand, Maleisië en Vietnam trekken mij heel erg. Ik heb de verhalen van Wiljan Pluim en Jamal Dibi gelezen. Ik ken Marc Klok ook, die nu samen met Pluim lekker voetbalt bij PSM Makassar in Indonesië. Ik zie op Instagram wat spelers als Stefano Lilipaly, Nick van der Velden en Irfan Bachdim allemaal voor moois meemaken bij Bali United. Laatst heb ik nog allemaal verhalen en beelden van Danny van Bakel opgezocht, van interviews tot een reportage van Valerio Zeno, die bij Van Bakel langsging voor BNN. Van Bakel is een enorme held in Vietnam. Dat is toch ongelooflijk mooi?

Het is voor mij beter om nu naar het buitenland te gaan, omdat ik afgelopen zomer alleen op amateurbasis in de Jupiler League kon blijven. Dat is het ding met Nederland; als je onderin de Jupiler League komt, gaat het vaak over amateurbasis. Dan kan je beter in de Tweede Divisie gaan spelen en daarnaast gaan werken, of proberen profvoetballer te worden in het buitenland. Ik zie zoveel onbekende spelers naar Azië gaan, daar een held worden en geld binnenslepen. Daardoor weet ik dat er voor mij ook nog steeds een kans is.

Als je die stap eenmaal hebt gezet, kan je van daaruit veel dingen doen. Het is namelijk ook een marketingding, voetballen in Azië. Ik zag bijvoorbeeld laatst dat Marc Klok een eigen youtubekanaal heeft opgericht, waar hij zijn leven laat zien in vlogs die meteen goed worden bekeken. De instagram-accounts van die spelers blazen op met tienduizenden volgers, dat is niet normaal. Je opent alleen maar wegen voor jezelf. Je kunt er ook spelersmakelaar worden met de connecties die je opdoet of een restaurant openen, wat je maar wil. Omdat het leven daar bijna niks kost, kan je veel van je salaris investeren in jezelf.

Vorig jaar ben ik met mijn schoonfamilie voor het eerst op vakantie geweest in Zuidoost-Azië. We gingen in Thailand naar Koh Samui, Koh Phangan, Bangkok en Pattaya. Dat was echt top man, daar heb ik echt genoten. Tuurlijk moeten de mensen daar gewoon hun centen binnenhalen, daar niet van, maar massages en alles kosten geen drol. Het lijkt wel of de mensen daar geen stress hebben. Dat gevoel heeft me nooit meer losgelaten sinds we terug zijn. Het zal vast wel zwaar worden als ik daarheen ga. Bij sommige clubs moet je nonstop in trainingskamp. Maar dromen moet je najagen.

Om een club in Azië te vinden, zet ik nu zelf stappen. Een zaakwaarnemer heeft eens tegen me gezegd dat je 1,85 meter moet zijn als je achterin wil spelen in Azië. Ik ben 1,80 meter, dus dat komt net niet goed uit volgens hem. Maar ik geef niet op. Misschien dat ik via een andere club in Europa uiteindelijk de stap naar Azië kan zetten. Daarom kijkt zaakwaarnemer Gwendell van Riemsdijk nu ook voor mij of hij een club in Zweden of zo kan vinden. Dan kan ik daar spelritme opdoen, om daarna hopelijk naar Azië te gaan.

Soms plaats ik zelf een oproepje op LinkedIn, waarin ik zeg dat ik op zoek ben naar een club in Azië. Dat levert nu alleen niet meer zoveel reacties op als vroeger, omdat ik al een tijdje zonder club zit. Toen ik nog bij FC Dordrecht speelde, ging dat heel anders. Toen was ik niet op zoek, maar kreeg ik juist de hele tijd berichten van zaakwaarnemers die me overal heen wilden brengen. Ik heb geleerd dat mensen sneller op je afkomen als je iets hebt. Zo werkt het in het voetbal.

Als je een transfer maakt, is iedereen opeens weer je beste vriend. Dan stromen de berichten binnen. ‘Ik heb altijd in je geloofd,’ zeggen ze dan. Hou op, hoor. Ik benader zelf ook niet teveel zaakwaarnemers, want dan voel ik me een clown die overal achteraan loopt. Naast een paar goede zaakwaarnemers probeer ik het vooral via jongens met wie ik eens gespeeld heb. Die kunnen je ergens binnenbrengen. Zo ben ik nu met een aantal jongens in gesprek. Ik hoop echt dat ik op die manier de komende tijd iets kan regelen.

Ik ben nu ook niet zo moeilijk met geld. Ik heb nu vooral een opstapje nodig. Waarom zou ik nu niet tevreden zijn als een club me 2.000 euro netto per maand geeft? Dan kan ik mijn moeder en de mensen om heen helpen, dat is het belangrijkste. Ik voetbal niet meer voor mezelf. Toen ik jonger was, wilde ik gewoon voor mezelf zoveel mogelijk geld binnenhalen. Met de jaren verander je daar wel in. Ik wil de mensen waar ik goed mee ben een zo mooi mogelijk leven kunnen geven. De rest boeit me niet.

Doordat mijn vader er sinds november niet meer is, is dat extra belangrijk geworden. Mijn vader was mijn beste vriend. Hij was altijd met me bezig, haalde al mijn stress weg en regelde voetbalschoenen, zodat ik lekker kon voetballen. Ook toen hij doodziek was, is hij nog naar mijn voetbalwedstrijden komen kijken bij FC Dordrecht. Ook voor hem wil ik dit doen. Het is moeilijk om die weg naar Azië te vinden, maar de wonderen zijn de wereld nog niet uit. Als ik ergens een stage krijg bij een club, dan kom ik binnen. Dat weet ik zeker.”

Dit is een verhaal uit de rubriek Ongewenst Transfervrij, waarin VICE Sports profvoetballers aan het woord laat die graag weer willen spelen, maar door hun eigen fouten of botte pech geen club hebben. Zie hier alle verhalen uit deze serie.

Mis niets! Like VICE Sports Nederland voor je dagelijkse dosis ijzersterke sportverhalen.

Logo