×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×

We spraken Eldridge Rojer over voetbalhumor, Yakubu en zijn seksblessure

De aanvaller raakte eens zwaar geblesseerd toen hij onder de douche met zijn vriendin “vieze dingetjes” aan het doen was.
Julian Droog, Foto's door: David van Haren

December 11, 2017, 16:43

Maar de meeste Nederlanders kennen de oud-speler van Vitesse eigenlijk vooral van misschien wel de meest bizarre blessure ooit: in 2008 kreeg de al geblesseerde Rojer een terugslag bij een vrijpartij onder de douche, waarna een operatie volgde.

Na mooie ervaringen bij Vitesse, Excelsior, FC Zwolle en FC Emmen werkt Rojer nu op een school voor speciaal onderwijs en probeert hij kinderen met gedragsproblemen te helpen. In zijn vrije tijd voetbalt hij bij Veluwezoom, in de kelder van het amateurvoetbal. Wij zochten hem op in zijn woonplaats Arnhem.

VICE Sports: Hey Eldridge, hoe gaat het nu met je?
Eldridge Rojer: Goed. Ik werk nu anderhalf jaar in de zorg, bij een instelling waar kinderen met gedragsproblemen wonen en naar school gaan.

Wat houdt het werk precies in?
Het gaat om kinderen met bijvoorbeeld autisme, of die uit huis geplaatst. Ik werk als achterwacht. Als ze een te grote mond hebben tegen de leraar of te laat komen, spreek ik ze aan. Ik loop rond bij de school, let op of ze geen jointjes roken. Of als ze weg worden gestuurd, begeleid ik ze terug naar hun kamer op het terrein. De meesten wonen op het terrein van de instelling.

Op een gegeven moment kwamen ze erachter dat ik bij Vitesse heb gespeeld. Dat helpt wel. Sommigen vertellen sneller iets aan mij, ze vertrouwen me. Ook al ben ik niet hun begeleider. Ik spreek dezelfde taal, stel ze gerust. Soms vertellen ze zelfs te veel aan me. Dan moet ik het doorgeven aan hun begeleiders. Als ze bijvoorbeeld weglopen terwijl ik wist dat ze dat van plan waren, heb ik dat op mijn geweten. Dat kan niet.

Alle foto’s door David van Haren.

Heb je na je carrière nog ander werk gedaan?
Ik heb eerst als salesmanager gewerkt. Dan moest ik bij de Jumbo mensen werven voor de Hartstichting. Voor zoiets moet je er wel een beetje netjes uitzien, maar het enige pak dat ik nog had, was dat van Vitesse. Zo’n hele oude, met het clublogo erop. Ik heb er een sjaal overheen gegooid en ben de hele dag voor de Jumbo gaan staan. Aan het einde van de dag had ik niemand binnengehaald, dus had ik geen cent verdiend. Zo slecht was ik erin. Ik ben er meteen mee gekapt.

Daarna heb ik bij PostNL gewerkt. Als machine operator. Vaak moest ik de hele nacht bakken met brieven tillen en de post in de sorteermachine gooien. Dat moest drie keer achter elkaar, dan lagen ze precies op de juiste volgorde. Dat was mijn enige taak. Ik begon in december, tijdens de kerstperiode. Het was verschrikkelijk, zo druk. Ik heb het een half jaar volgehouden. Tijdens de zomervakantie op Curaçao besloot ik om te stoppen.

Waarom ben je meteen na je carrière gaan werken?
Alle kosten liepen natuurlijk gewoon door. Ik kreeg wel geld van het CFK, het pensioen voor voetballers. Maar als ik dan de boodschappen en hypotheek had betaald, bleef er niet veel over. Ik was het mooie leventje gewend. Niet dat ik zo’n wilde jongen was  die met flessen champagne in de club stond, maar ik hoefde niet veel na te denken over geld. En de kinderen willen natuurlijk op een gegeven moment ook dure schoenen en merkkleding.

Vorige maand kwam opeens het nieuws dat Abubakari Yakubu is overleden. Er gaan de gekste en mooiste verhalen over hem. Wat heb jij met hem meegemaakt?
Ik heb drie jaar met Yakkie bij Vitesse gespeeld. Hij is een van de beste voetballers met wie ik in een team heb gezeten. Hij was helemaal gek. “Elly, straks weer lekker naar het station. Waarvoor? Business, business,” zei hij dan. Ging-ie handelen. Niemand wist waarin.

Of dan liep hij voor de wedstrijd door de kleedkamer, ging hij vlak voor me staan en dan keihard schreeuwen: “Leven! Elly, leven!” Geen idee wat hij bedoelde. Hij sloeg ook weleens mensen, heeft mij zelfs eens een kopstoot gegeven. Zo laadde hij zich op. Stijn Schaars en ik kwamen een keer terug van Jong Oranje. Stijn had goed gespeeld. “Stijn denkt hij is de man, Stijn is een beetje gaan zweven,” zei Yakkie. Pakte hij Schaars even aan tijdens de training. Yakubu gaf hem een schop, echt een aanslag. Stond Yakkie daarna te schreeuwen: “Wat? Wat?” Niemand durfde iets te zeggen, zelfs Edward Sturing niet (hun toenmalige coach, red.).

De verhoudingen tussen oude en jonge spelers lagen toen wel iets anders dan nu, of niet?
Ja, maar ze namen het ook weleens voor ons op. Didier Martel bijvoorbeeld, een Fransman. Ik weet nog wel dat ik net bij de selectie zat. Had ik samen met Raymond Fafiani kleren gekocht. Ik een zwart pak met zwarte schoenen, Raymond een blauw pak met blauwe schoenen. Iedereen had commentaar in de kleedkamer. Bob Peeters vroeg of we gangsters waren. De volgende dag kwam Martel aan in een crèmekleurig pak, met crèmekleurige schoenen. Andere kleur, maar precies dezelfde outfit. “Tegen jullie durven ze wel, maar tegen mij durven ze niks. Het zijn allemaal mietjes,” zei Martel.

Eldridge met Remco van der Schaaf in zijn tijd bij Vitesse. (Foto: Proshots)

In het seizoen dat Aad de Mos trainer werd bij Vitesse ben je weggegaan. Had dat met elkaar te maken?
Eerst wilde Aad dat ik bleef, maar ik was blij dat ik er weg kon. Hij kan gewoon niet met mensen omgaan. Ik weet nog wel de eerste keer dat ik hem een hand gaf. Hij keek me niet eens aan. Of dan zei hij iets in de krant over een speler, maar dan deed hij in de praktijk wat anders. Eerst werd ik verhuurd aan Excelsior, daarna tekende ik daar een contract.

En daar raakte je op een vrij bizarre manier geblesseerd. Als je jouw naam googelt, is een van de eerste dingen die je vindt die vrijpartij onder de douche.
Nog steeds sturen mensen me af en toe een berichtje als ze het ergens tegen zijn gekomen. Staat het weer bovenaan een lijstje met de meest bizarre blessures, of iets dergelijks. Ik kan er wel om lachen. Ik was vieze dingetjes aan het doen, ineens raakte mijn knie op slot.

Hoe krijg je zoiets nou weer voor elkaar? Deden jullie een raar standje?
Nee, ik had maandenlang alleen maar lopen squatten. Ik dacht dat het wel zonder problemen zou kunnen. Ik was toen al zes, zeven maanden geblesseerd en was weer begonnen met meetrainen. Toen gebeurde dat dus. De voorste kruisband van mijn linkerknie was daardoor gescheurd, moest ik geopereerd worden. In totaal stond ik anderhalf jaar aan de kant.

Heb je er veel reacties op gehad?
Mijn vriendin kreeg allemaal berichtjes van vriendinnen. Of het wel met haar was gebeurd. Het stond ook in allemaal niet-sportbladen. De Panorama bijvoorbeeld. En mijn oma belde vanuit Curaçao met mijn vader. Dat de mensen daar zeiden dat ik rare dingen had gedaan. Ze had die mensen gezegd dat haar kleinzoon zulke dingen niet zou doen. “Dat doet-ie dus wél,” zei mijn vader toen. Haha. Hij kon er ook wel om lachen.  

Hoe was het verder bij Excelsior, los van die blessure?
Ik heb daar de gekste dingen meegemaakt. We hadden toen een geweldige spelersgroep. Met René van Dieren, Roland Graafland, Sebastiaan Steur, Jörg van Nieuwenhuijzen. Die gasten liepen zo vaak te ouwehoeren. Ik kwam een keer in de kleedkamer, had Jörg zitten poepen zonder door te trekken. Dus ik zeg tegen René: “Moet je zien joh. Dit kan toch niet.”

Komt René er daarna uit, lag er een drol bovenop. Ik zweer het, die wc kon niet eens meer doorspoelen. Een andere keer vroeg de fysio zich af waarom het zo stonk in zijn kantoor. Had één van die jongens in het onderste laatje van zijn kastje zitten poepen. Die gasten waren echt knettergek.

Dat is echt het laatste wat ik zou verwachten bij Excelsior.
Als we de voorbereiding achter de rug hadden, wilden we even ergens tot rust komen. Texel of zo. Dan gingen ze gewoon naakt rondfietsen over het park waar we zaten. Ik deed dat soort dingen niet, maar stond wel vaak het hardst te lachen van iedereen. Dat geouwehoer mis ik wel. Natuurlijk werd er ook wel hard getraind en serieus gewerkt. Maar het was altijd gezellig daar. Na de wedstrijden bleven we lang hangen voor een drankje. René van Dieren deed het stadion dan op slot.

Ploeggenoten vieren een goal van Eldridge voor Excelsior tegen Ajax. (Foto: Proshots)

Hoe kijk je naar de voetballerij van nu?
Ik heb het idee dat er tussendoor niet meer gelachen wordt. Het is in ieder geval niet te zien. Volgens mij mogen jongens bijna niets meer. Vroeger was dat al een beetje. Dan wilde de club liever niet dat we de stad ingingen als we verloren hadden. Waar slaat dat op? Moet je dan depressief thuis gaan zitten? Natuurlijk moet je niet te gek doen, maar je kan toch wel even een drankje doen?

In mijn laatste jaar bij FC Emmen was er ook al minder respect voor de oudere spelers. Die jonge gasten hadden dan ergens commentaar op en dan zette de coach (Joop Gall, red.) ze niet eens op hun plek. Vroeger werd dan gewoon gezegd dat je je bek moest houden. Toen Yakubu mij een kopstoot gaf, durfde ik echt niets terug te doen.

Bij FC Emmen heb je ook twee jaar met René Hake gewerkt. Hij is laatst ontslagen bij FC Twente. Hoe waren jouw ervaringen met hem?
Hij is echt een voetbaldier, en keek bij iedere speler precies naar wat hij nodig had. Hij liet me bijvoorbeeld niet meedoen met de bosloop, maar in plaats daarvan moest ik sprintjes trekken van honderd meter. Tien keer de achterlijn halen en dan de bal voorgeven, dat soort dingen. Daar had ik meer aan. Hij begreep dat. Hake is wel wat liever dan andere trainers. Wat menselijker. Hij kon wel boos worden, maar ging daarna weer praten. Sommige jongens hebben misschien meer een trainer nodig die echt boven de groep staat.

Heb je nooit verlangd naar een buitenlands avontuur?
Nu denk ik weleens: had ik het maar gedaan. De optie was er. Griekenland bijvoorbeeld, en Bulgarije. Maar toen wilde ik het risico niet nemen, er gingen toen al verhalen dat je je geld niet zou krijgen. Azerbeidzjan kon ook, maar wat moet ik daar? Iedereen vergeet je dan.

Ik ben ook weleens op proef geweest bij Bnei Sakhnin, een Israëlische club. Toen ze op trainingskamp in Polen waren, trainde ik mee. Maar wat ze daar deden sloeg nergens op. Er zat helemaal geen logica in het spel. Later ben ik nog op Cyprus geweest. Bij Alki Larnaca, waar Youssouf Hersi toen speelde. Het was daar toen ook gedoe met de president van de club, de jongens wachtten op geld. Daar had ik geen zin in.

Op je 29ste ben je al gestopt. Waarom zo vroeg?
Ik was bijna dertig en zat na drie jaar bij FC Emmen zonder club. Ik heb me toen overgeschreven naar WKE, die club speelde toen op het hoogste amateurniveau. Ik kon weg als een profclub interesse had, maar scheurde vroeg in het seizoen de kruisband van mijn linkerknie. Dat was de derde zware blessure in mijn carrière. Ik zou 31 zijn als ik weer fit was, en zou een enorm gat op mijn cv hebben. Ik dacht niet dat er nog een club op me zat te wachten, dus toen heb ik besloten om te stoppen.

Toch was je daarna nog actief in het amateurvoetbal.
Ik kwam Mo Mouhouti tegen, hij was coach van Babberich. Hij vroeg of ik daar wilde spelen, hij zou dan een fysiotherapeut voor me regelen. Ze speelden tweede klasse. Iets meer dan twee jaar heb ik er gespeeld, toen gingen ze failliet. Nu speel ik bij Veluwezoom, samen met mijn broertje. Ik wilde afgelopen zomer eigenlijk stoppen, maar Mo is daar nu trainer. Hij schreef me toch in, voor het geval dat ik toch zin had. Nu speel ik bijna iedere week mee.

Maar ik denk eraan om te stoppen. Ik erger me vaak aan het niveau, we verliezen veel. Dat de sportparken allemaal niet zo mooi zijn en de kleedkamers heel oud, dat maakt me niet eens uit. Ik heb door die blessures ook niet meer de snelheid van vroeger, dus ik ga mee in het lage niveau.

Ik ben ook wel klaar met die verplichtingen. Misschien dat ik nog doorga in een vriendenelftal, want de derde helft vind ik wel leuk. Toen Babberich failliet ging, zouden we naar MASV gaan. Dat ging niet door, vanwege gedoe met de KNVB. Maar Nicky Hofs speelt daar bijvoorbeeld ook. Na afloop is het er altijd gezellig in de kantine, een beetje ouwehoeren. Dat vind ik leuk.

Eldridge in duel met Mark van Bommel. (Foto: Proshots)

Dus vijftien jaar na je debuut tegen Liverpool, speel je in de vierde klasse van het amateurvoetbal.
Zo kan het gaan in het voetbal. Ik kan me die wedstrijd trouwens nog goed herinneren. De dag ervoor belde Jan Streuer, de technisch directeur. Ik zat in de A1. Ik dacht dat mijn teamgenoten aan het ouwehoeren waren. Totdat Streuer vroeg of ik wilde. Na dat telefoontje ging mijn hart tekeer joh. Thuis, voor de wedstrijd, tijdens de warming-up was dat weer zo. Een kwartier voor tijd viel ik in als linksbuiten. Dat was zo mooi, daar had ik altijd van gedroomd.

Het stadion zat helemaal vol. Ineens speelde ik tegen Gerrard, Owen, Heskey, Hyypiä. Dat soort spelers zag ik elke week op tv. De uitwedstrijd mocht ik ook nog mee, ik speelde toen alleen niet. Maar het was schitterend. Voordat we het veld op gingen, zongen de fans You’ll Never Walk Alone. Ik kreeg echt kippenvel, ik wist niet wat me overkwam.

Mis je het voetbal, als je er zo aan terugdenkt?
Die spanning voor de wedstrijd, dat mis ik. Spelen in een vol stadion, dat is zo mooi. Verder mis ik het niet. Het is goed zo. Ik heb mooi werk, een leuk leven, en drie schitterende kinderen.

Je zou niet meer actief willen zijn in het voetbal?
Ik ben anderhalf jaar assistent geweest bij Vitesse Onder 11. Maar ik zag daardoor mijn eigen kids niet eens meer voetballen. Het kostte te veel tijd, maar het leverde niets op. Ik kreeg maar een vrijwilligersvergoeding. Misschien komt het er in de toekomst nog een keer van. Ik zie het wel.

Logo