×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

We spraken Harut Grigorian over broodjes döner, diamantslijpen en Murthel Groenhart

TB
Tim van Boxtel, Foto's door: Tim van Boxtel

January 4, 2018, 11:26

“Ik gooi af en toe nog wel een broodje döner naar binnen, maar minder dan voorheen.”

Harut Grigorian (28) zal niet snel roepen dat hij even de kop van zijn tegenstanders romp trekt. De 28-jarige Belgische Armeen is een verlegen familieman, beantwoordt alles met een zenuwachtige lach en geeft eigenlijk niet veel om de spotlights rondom een gevecht. Geef de kickbokser gewoon een tegenstander, datum en locatie en hij zal er staan om oorlog te voeren in de ring.

Een interview regelen moet via zijn trainer Nick Hemmers, want telefonisch is Grigorian onbereikbaar. Facebook gebruikt hij sporadisch en hij heeft weinig met Instagram en Twitter. Maar als hij zich eenmaal vertrouwd voelt, laat hij toch ook de andere kant van zijn karakter zien. VICE Sports sprak Harut in de Bredase Hemmers Gym over de getto waarin hij is opgegroeid in Armenië, zijn angst om achtervolgd te worden en de kans om in februari de wereldtitel in het weltergewicht te pakken én wraak te nemen op Murthel Groenhart.

VICE Sports: Ha Harut, wat ben je moeilijk te bereiken joh.
Harut Grigorian: Haha, dat hoor ik vaker. Ik heb een telefoon zonder simkaart en ben daarnaast niet zo goed met social media. Die simkaart ben ik op vakantie op Ibiza verloren en ik heb nog geen nieuwe aangevraagd. Ik heb het niet zo op die dingen, daarmee kunnen ze je precies volgen. Niet dat ik criminele dingen doe ofzo, maar ik vind het toch geen fijn gevoel.

Er is ook heel weinig over jou te vinden op het internet. Wat kan je ons vertellen over je jeugd?
Tot mijn tiende woonde ik in Yerevan, de hoofdstad van Armenië. Daar weet ik niet veel meer van. Ik deed in ieder geval niet aan sport, maar speelde wel veel buiten. Het is een armer land dan België of Nederland, maar ik heb er een prettige jeugd gehad. Mijn ouders namen ons toen mee naar België, naar de Antwerpse buurt Schoolplak. Dat is een beetje een getto, je komt daar echt van alles tegen.

Als jonge gast ga je met iedereen om, dus ook met de jongens die minder goed bezig zijn. Gelukkig heb ik altijd de afleiding van het sporten gehad, waardoor ik nooit op het verkeerde pad terecht kwam. Tot mijn veertiende heb ik veel gevoetbald, op het pleintje voor ons huis of het veldje aan de andere kant. Ik speelde met oudere gasten en kon aardig meedoen. Ik denk dat ik het ook in het voetbal wel tot prof had geschopt. Maar uiteindelijk ben ik door een vriend meegenomen naar een thaiboksschool toen ik veertien was.

Hoe was dat?
In het begin was het nog niet zo serieus, zag ik het meer als een spelletje. Maar ik voelde me na de les wel altijd goed, het thaiboksen gaf me echt een fijn gevoel. Het heeft er ook voor gezorgd dat ik nooit in de problemen kwam op straat, na zo’n boksles had ik echt geen zin meer om buiten ook nog eens te gaan ‘boksen’. Ik was sowieso een lieve jongen, die niemand kwaad deed.

Is het leven in Antwerpen te vergelijken met dat in Armenië?
Nee, het is heel anders. Ik ben drie maanden geleden voor het eerst in achttien jaar weer in Armenië geweest, dat komt doordat ik al die tijd alleen een verblijfsvergunning had en nog geen paspoort. Ik kon geen verre reizen maken. Je ziet dat de mentaliteit in Armenië anders is, mensen moeten afzien voor weinig geld, maar zijn toch ook gelukkig. Ik zou niet in hun schoenen willen staan, het is een harder leven dan dat van ons, maar de mensen daar zijn eraan gewend. Ik vond het moeilijk om te zien dat ouderen die hier allang met pensioen zouden zijn, daar nog keihard moeten werken om rond te komen.

Voelt het nog als thuis?
Nee, dat niet. Er woont nog veel familie, maar ik krijg daar meer een vakantiegevoel dan dat het echt als mijn thuis voelt. Het is wel een geweldig land, met lekker eten en veel mooie dingen om te bezichtigen.

Volgen ze je kickbokscarrière daar ook?
Jazeker, ze zijn trots. De meeste wedstrijden worden niet live uitgezonden, maar ze krijgen het wel mee via YouTube en andere online kanalen. Het is sowieso wel een kickboksland, er komen veel goede kickboksers uit Armenië.

Hoe zit dat eigenlijk met je moeder? Durft die de televisie aan te zetten als de kans groot is dat haar zoon een paar klappen krijgt?
Nee, haha. Die kijkt pas een dag later, als ze weet dat alles goed gaat met mij. Mijn broer en vader komen wel vaak naar de gala’s, zij geven me ook tips voor volgende wedstrijden.

Jouw carrière zit aardig in de lift, zo mag je op voor de wereldtitel in de welterweight. Wanneer merkte je dat je het ver zou kunnen schoppen in het kickboksen?
Ik kwam al heel snel in de B-klasse (het op één na hoogste niveau. red.) terecht, toen was ik nog maar 16 jaar oud. Twee jaar later mocht ik al naar de A-klasse, een hoger niveau is er niet. Aan internationale gevechten kon ik alleen lange tijd niet meedoen, want ik had nog geen paspoort. Dat was jammer voor mijn ontwikkeling, want het niveau in België ligt een stuk lager dan in ander landen. Ik was het main event op lokale gala’s, won vijftien wedstrijden op rij zonder dat ik echt uitgedaagd  werd. Twee jaar geleden heb ik de stap gezet naar Hemmers Gym en dat is heel belangrijk geweest.

Ging je in de tussentijd wel naar school?
Ja, ik hoopte te kunnen leven van het kickboksen maar was in de tussentijd ook een goede leerling op school. Ik wilde iets achter de hand hebben en heb daarom een opleiding diamantslijpen afgerond. Een diamant is gewoon een heel mooi ding en het ambacht is echt moeilijk, een uitdaging. Je moet heel aandachtig zijn en goed kijken om die diamanten goed schoon te maken en te slijpen. Ik was daar heel goed in, de beste van de klas. Misschien ga ik het na mijn carrière weer oppakken, maar hopelijk is dat niet nodig.

Wat is er veranderd sinds je bij Hemmers traint?
In België was het puur knokken wat ik in de ring deed, ik was toch sterker dan mijn tegenstanders dus had de echte techniek niet nodig. Dat is nu anders. Ik ben ook geworden in structuur. Ik probeer ook meer op mijn eten te letten. Ik woon nog thuis, heb een nauwe band met mijn familie en wij houden van lekker eten. Ik gooi af en toe nog wel een broodje döner naar binnen, maar minder dan voorheen.

Wat opvalt, is dat jouw wedstrijden zelden saai zijn.
Ik kom in de ring om te vechten, en het publiek wil geen wedstrijd op punten zien. Bij de opkomst gaat de knop om en vanaf dat moment denk ik maar aan één ding: mijn tegenstander kapot maken. Ik verlies normaal gesproken ook liever een mooi gevecht, een echte oorlog in de ring, dan dat ik een saai duel win.

Hoe kijk jij terug op je vorige duel tegen Murthel Groenhart? Jij liep tijdens die partij in Parijs opeens weg en Groenhart sloeg je van achteren neer.
Dat blijft een lastige situatie. Ik had niet weg moeten lopen. Dat is ook weer een verschil met die wedstrijden in België: daar kan je je nog weleens omdraaien en naar de hoek lopen voor verzorging. Het ging allemaal zo snel. Ik voelde dat die knie iets in mijn gezicht had opengehaald en wilde naar de dokter lopen. Vervolgens kreeg ik die klap. Kijk, als mens is het altijd laf om iemand van achteren neer te slaan, maar het is gebeurd.

Wat vrienden van je dachten het op te lossen, door Groenhart een paar flinke tikken te geven.
Ja, die mensen waren emotioneel. Het is fijn om te merken dat ze achter me staan, maar de wijze waarop was natuurlijk niet juist.

Hoe leeft dat moment in je hoofd richting de volgende partij tegen Groenhart?
Het geeft me extra motivatie. Ik voel me extreem gemotiveerd, ook omdat het om de wereldtitel gaat. Ik weet dat als ik deze partij win, ik bovenaan sta. Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is, ik kan van iedereen winnen met mijn vechtersmentaliteit. Ik ga hem gewoon kapot maken.

Richting het gevecht zal er weer veel aandacht voor Groenhart en jou zijn, hoe vind je dat?
Daar ben ik niet zo van. Ik ben in het dagelijks leven een stille jongen, dus ga me ook niet opeens anders voordoen en lopen stoefen als er camera’s op me gericht zijn. Ik kom om te vechten, en wil dat vooral in de ring laten zien.

Logo