×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

We spraken Willem van der Veer over zijn bekendheid als PSV-supporter

TC
Ties Cleven, Foto's door: Kas van Vliet

March 6, 2018, 13:38

“Ik draag nooit een trui, omdat ik wil voelen wat de spelers voelen.”

Willem van der Veer (53) uit Veghel is een iconische supporter op de tribunes van het Philips Stadion. Mede door zijn opvallende outfit – PSV-shirt met korte mouwen en een grote fotocamera – brengen de televisiecamera’s hem vaak in beeld tijdens wedstrijden. Maar zijn bekendheid levert niet alleen maar leuke reacties op. Soms wordt Willem belachelijk gemaakt en een avond in een treincoupé vol Ajacieden liep zelfs bijna uit de hand.

In het dagelijks leven werkt Willem bij de afdeling Operations Control van de NS. Dat komt erop neer dat hij het voor jou moet oplossen als je trein vertraagd is door een seinstoring. Op speeldagen van PSV krijgt hij vrij en gaat hij met zijn zoon Dirk naar het stadion. Op zijn zevende ging Willem voor het eerst naar PSV. Nu heeft hij al bijna een halve eeuw een seizoenkaart. We spraken de supporter over zijn vriendschap met Balázs Dzsudzsák, zijn optreden in RTL Voetbalfans, de titelkansen van PSV en zijn aanvaring met Mark van Bommel.

VICE Sports: Ha Willem, wordt PSV dit jaar kampioen?
Willem van der Veer: Mede door het verlies van Ajax in Arnhem is PSV nu op ramkoers om de titel binnen te slepen. Ik heb 15 en 16 april al vrij genomen. Thuis tegen Ajax kampioen worden zou magisch zijn. Het zou ook mooi zijn als PSV al op 7 april tegen AZ kampioen wordt. Dan spelen we de week daarop meer een ‘galawedstrijd’ tegen Ajax, haha.

Hoe ga jij het kampioenschap van PSV straks vieren?
Op het Stadhuisplein natuurlijk. Maar dan wel in de luwte, buiten alle aandacht.

Wat vind je van PSV dit seizoen?
Feyenoord-PSV was eigenlijk pas de eerste keer in een paar seizoenen dat we weer speelden zoals ik het graag zie. De mouwen omhoog, fel erop. Een mentaliteit die ik sinds in 2010, het vertrek van Carlos Salcido – één van mijn favoriete spelers – al niet meer in Eindhoven heb gezien. De 1-0-is-ook-goed-cultuur die nu bij PSV heerst, daar baal ik van. Ik kom naar het stadion om vermaakt te worden. Van overwinningen zoals die op Feyenoord geniet ik een volle week. Als we verliezen werkt dat andersom. Dan kan ik zelfs naar mijn kinderen toe heel negatief reageren.

Herinner jij je de eerste keer nog dat je in het Philips Stadion was?
Ja. Dat was tegen Go Ahead Eagles in 1972. De uitslag heb ik later moeten opzoeken, het werd toen 2-0. Als klein manneke mocht je toen nog op de rand van het veld gaan staan. Met je neus door het gaas. Willy van der Kuijlen speelde, net als mijn buurman van twee deuren verderop, Jacques van Stippent. Je kon de helden van toen bijna aanraken.

Die beleving, dat was magisch. Ik was meteen verkocht. Het jaar erop gaf mijn vader me een seizoenkaart. Tot zijn dood ging ik met hem mee. Nu ga ik zelf met mijn zoon. Hij is 21, maar we gaan al sinds hij drie was. Het is een generatieding geworden. Ik zit nu in mijn 47e jaar als seizoenkaarthouder.

Met je korte mouwen val je op, zeker in de winter. Waarom doe je niet gewoon een trui aan?
Omdat ik wil voelen wat de spelers voelen. Ook de extreme kou van eerder deze maand, de Russische beer, hield me niet tegen. Ik heb het nooit koud. Echt niet. Dat had ik als kind al. En het ziet er ook wel episch uit, natuurlijk. Zo’n forse man in alleen een T-shirtje. Andersom heb ik het trouwens in de zomer ook nooit warm.

Is het niet omdat je van de televisie-aandacht houdt?
In alle eerlijkheid, dit is wie ik ben en ik doe geen extra moeite om op televisie te komen. Mijn uiterlijk valt op, dat besef ik. Ik zie eruit als het prototype van een Brabantse no-nonsense jongen. Misschien zoeken de camera’s dat expres op. Een Telegraaf-fotograaf zei ooit: Willem, je hebt gewoon zo’n mooie kop voor op beeld. Daarnaast ben ik niet de smalste. Sinds een fietsongeluk en een hartinfarct heel wat jaren terug ben ik wat forser geworden. Ook dat springt in het oog.

Hoe is de beeldvorming rondom jou ontstaan?
De eerste keer dat ik op televisie kwam, is meer dan vijftien jaar geleden. Een cameraman van de NOS filmde me voor in de samenvatting. Dat fragment werd keer op keer herhaald bij Voetbal Insite, de voorloper van Voetbal International en later Voetbal Inside. Zo ging dat zijn eigen leven leiden. Ook Omroep Brabant maakte een reportage over me.

De cameraman die dat beeld had geschoten nam afscheid van de NOS na afloop van de wedstrijd PSV-Feyenoord in 2004/2005 (4-2 voor PSV, red.). Om hem te bedanken belde de redactie van de NOS me een week daarvoor op. Samen met mijn zoon gaf ik hem namens de NOS toen een groot canvasdoek met het bekende beeld van ons.

Dan rolt het balletje steeds verder. Ik ben ook eens gevraagd of ik met Erik Pieters en Dries Mertens wilde figureren in een reclame van zorgverzekeringsmaatschappij Menzis. Dus ik doe dat, hang ik een paar weken later in bushokjes door heel Brabant. Een jaar erop belde ook het Eindhovense bedrijf Freo nog voor een reclame. Die werd voorafgaand aan de wedstrijden van PSV op de stadionschermen vertoond. Lachen.

En je zat in RTL Voetbalfans. Dat programma maakte supporters eigenlijk belachelijk waar ze bij stonden.
Dat ben ik met je eens. Ik kende het programma al voordat ze me vroegen, want ik had een paar afleveringen gezien, bijvoorbeeld over AZ-supporters. Zij zongen in de uitzending enkele antisemitische liedjes over Ajax. Niet dat ik dat zou doen, maar ik wil op geen enkele manier door RTL voor gek gezet worden. Daar was ik niet per se bang voor, maar ik ben een realist. Zoiets kan je overkomen.

Daarom was ik van tevoren heel duidelijk. Ik wilde de beelden eerst zien en goedkeuren. Dat is ook netjes gebeurd. Het is nu zes keer herhaald en ik blijf erbij dat ze over mij een minder oordelende aflevering hebben gemaakt dan over de andere supporters. Misschien minder spectaculaire televisie, maar ik ga me niet voor gek laten zetten.

Wat vinden PSV-spelers van jou?
Met sommige spelers en oud-spelers ben ik goed bevriend. Bij Jan Vennegoor of Hesselink ben ik eens op bezoek geweest in Glasgow bijvoorbeeld. En met mannen als Jason Culina, Yanick van Osch en Heurelho Gomes heb ik ook regelmatig leuk contact. Appen of bellen we even over PSV, of een blessure of een verjaardag. Dat soort dingen.

Ik ben het beste bevriend met de Hongaar Balázs Dzsudzsák, die nu in Abu Dhabi speelt. Hij voetbalde tussen 2008 en 2011 in Eindhoven. Mooi hoe onze band is ontstaan. Mijn zus woont in het dorpje Heeze en heeft daar een vriendin met Hongaarse roots. Toen Balázs net had getekend sprak ik mijn zus erover dat het zo toevallig was, een Hongaarse aanwinst. Ik vroeg of ze het al gehoord had. Bleek dat hij tijdelijk bij haar vriendin ging wonen, om aan Nederland te wennen. Zo leerde ik hem kennen.

In de jaren met Balázs in de basis werd ik getroffen door een hartinfarct. Daardoor heb ik één wedstrijd gemist. Thuis tegen FC Groningen. Na afloop van die pot gaf Balázs zijn speelshirt aan mijn zoon Dirk, zodat hij die naar het ziekenhuis kon komen brengen. Een heel mooi gebaar.

Heel mooi. Kwamen er ook weleens negatieve geluiden vanuit de spelersgroep?
Met Mark van Bommel had ik thuis tegen VVV Venlo ooit een aanvaring. We speelden die wedstrijd barslecht. We kwamen niet verder dan een magere 1-0 voorsprong. Vooral de Braziliaan Marcelo maakte veel fouten. Ik vind dat nog steeds een waardeloze voetballer die fouten nooit bij zichzelf zoekt maar altijd bij anderen. Dat riep ik dus naar hem. Marcelo reageerde daarop, dat ik stil moest zijn ofzo. Ik vind nou juist: als je op supporters reageert, zit je niet goed in de wedstrijd. Vervolgens reageerde Mark van Bommel ook nog op me.

In de negentigste minuut scoorde Van Bommel. Hij maakte de 2-0 uit een vrije trap. Toen maakte hij met zijn vinger op zijn lippen het gebaar dat ik moest zwijgen. Dat doet pijn, dus na de wedstrijd vraag ik vriendelijk aan een steward of ik het veld op mag. Vervolgens zeg ik tegen Mark dat ik liever zie dat PSV met 4-0 verliest maar wel met modder op de broek van het veld komt, dan zo’n bloedeloze magere zege. Of hij daar ook zo over dacht is me niet duidelijk, maar hij bood wel zijn verontschuldigingen aan. En enkele jaren later gaf hij me toch nog gelijk over die wedstrijd van Marcelo.

Wanneer ben je minder blij met je tv-faam?
Naar mijn werk voor de NS ga ik uiteraard met de trein. Mijn werk zit in Utrecht. Als ik op een speelavond in de Eredivisie een late dienst heb, kan het dan wel eens zo zijn dat ik in een coupé vol Ajax-supporters terecht kom. Die herkennen me dan en roepen wel eens wat. “Hé, die dikke van PSV,” ofzo. Dat kan ik wel hebben hoor, maar ik ben soms ook echt belaagd. Zongen ze liedjes met de ziekte met een K over me. Dat werd een keer heel grimmig. Gelukkig zat er toen een vriend van me, ook lid van de supportersvereniging van Ajax, tussen die gasten. Die kon ze op tijd stoppen.

Laat duidelijk zijn: zulk gedrag komt vooral van gasten die hebben staan snuiven op de tribune. Gasten met nog net genoeg hersencellen om te poepen. Ik heb geen enkel probleem met supporters van Ajax of Feyenoord. Vrienden van me zitten daar in de supportersverenigingen. Als mijn zoon Ajax-fan was, zou ik daar ook geen moeite mee hebben.

Iets anders. René van der Gijp zei ooit dat je met je camera helemaal nooit foto’s maakt.
Klopt, maar dat is niet waar. Ik maak er iedere pot zo’n vijftig. In totaal heb ik ongeveer 50.000 afbeeldingen. Mijn favoriete foto is van Balázs Dzsudzsák, precies op het moment dat hij een doelpunt maakt tegen Ajax. Die wil ik nooit kwijtraken en staat daarom ook op een externe harde schijf.

Fotografie is een hobby van me. Ik maak ook graag foto’s van oude steden. Edinburgh is heel mooi. Of York, daar was ik vorige week nog voor mijn werk, een uitwisseling met een dochterbedrijf van de NS. Maak ik meteen wat foto’s van de stad.

En je bezoekt dan een Engelse wedstrijd, neem ik aan.
Daar is altijd wel even tijd voor. Ik wissel af. De ene keer ga ik naar voetbal, de andere keer naar rugby, mijn tweede sport. Ditmaal was ik bij Grimsby Town. Klein clubje, maar een fantastische wedstrijd. Heerlijk. Vraag me alleen niet meer wie de tegenstander was.

Bezoek je de Europese uitwedstrijden van PSV ook?
Af en toe, maar ik heb ook nog een gezin hè. De mooiste was Atlético Madrid uit in de Champions League. Ik ging met mijn zoon. Hij is groot fan van Real Madrid, ik van Barcelona, hoewel dat minder is geworden sinds Suárez daar speelt.

Voor de wedstrijd wilden we even ergens wat gaan eten. We belandden in een Argentijns steakhouse. Op het moment dat we daar in ons PSV-kloffie zitten, begint er een man tegen ons te praten. Wij dachten gezellig, en schuiven aan. Blijkt dat de vader van Diego Godín te zijn. Dus mijn zoon zegt heel brutaal: “Nou, mijn pa verzamelt voetbalshirts.” Je raadt het al: een paar weken later ligt er een shirt in de brievenbus.

Overigens was dat een speciale wedstrijd. PSV speelde zó goed. Met penalty’s gingen we eruit. Voor mijn gevoel is er daar iets geknakt, sindsdien wordt PSV alleen maar zwakker.

Je bent kritisch op je club. Heb je nog een advies voor Phillip Cocu?
Cocu straalt niet de bevlogenheid van een Frank de Boer uit. Dat is jammer. Sinds hij aan het bewind is, worden spelers van ons niet meer beter. Bergwijn, Paal, Van Osch. Zij hadden al veel verder kunnen zijn in hun ontwikkeling. Ik vraag me af hoe dat komt. Misschien zou Cocu wat harder moeten zijn. Ik ben wel eens op de training van Ajax geweest. De Boer pakte jongens persoonlijk hard aan als ze niet genoeg gas gaven, lef toonden. Dat mis ik. Meer no-nonsense.

*Rectificatie: eerder stond in een quote van Willem van der Veer dat hij ook regelmatig contact heeft met Steven Bergwijn. Volgens Steven Bergwijn en PSV is dat niet het geval. Zijn naam is daarom weggehaald.

Logo