×
footer logo
© 2017 VICE Media LLC
×
 

Waarom Anouar Hadouir een pionier wil zijn als Nederlands-Marokkaanse trainer

SR
Sam van Raalte, Foto's door: Willem de Kam

March 15, 2018, 12:29

“Eigenlijk zou je een weekje mee moeten lopen als Marokkaan. Dan pas weet je het.”

Zijn linkervoet is vandaag ingetaped en hij heeft een kras onder zijn linkeroog, maar Anouar Hadouir ziet er scherp uit. “Die kras komt van de wedstrijd tegen FC Utrecht vorige maand,” zegt Hadouir, terwijl we een plekje in de businesslounge van Excelsior zoeken. “Die Giovanni Troupée krabde me op de een of andere manier onder mijn oog. Ik hoop dat het nog wegtrekt.”

Het is alweer lang geleden dat Hadouir de stempel van een moeilijke jongen kreeg in Nederland, na een ruzie op de training van Roda JC. Nu is hij op zijn 35ste een van de meest gewaardeerde en ervaren spelers in de selectie van Excelsior. VICE Sports zocht Hadouir op om te praten over de stempel die hij had, de nieuwe generatie voetballers, zijn intense jaren als speler in Marokko en het tekort aan hoofdtrainers met een Marokkaanse achtergrond.

VICE Sports: Ha Anouar, wat is jouw rol nu in de spelersgroep van Excelsior?
Anouar Hadouir: Ik ben een van de ouderen in de groep, de oudste zelfs, dus mijn rol is vanzelf leidend. Ik zou wel meer willen spelen. Ik denk dat ik heb bewezen dat ik het nog aan kan en belangrijk kan zijn. Maar aan de andere kant: de andere jongens doen het goed, dus dan heb ik er minder moeite mee dat ik niet zoveel speel.

Waarin ben je een leider?
Ik zeg altijd: “We hebben hier één aanvoerder op het veld, dat is Ryan Koolwijk. Maar we hebben meerdere aanvoerders.” Daar ben ik er een van. Het zit in het kleedkamergebeuren en alles rond de wedstrijden. Even een gesprekje aangaan met iemand. Dat gaat heel natuurlijk. Ik kan zo’n rol hebben, omdat het wederzijds respect groot is.

Hoe kijk jij naar de jongere generatie, de gasten die nu doorbreken?
Aan de ene kant heel positief. Maar ik ben heel blij met wat ik vroeger heb meegemaakt en waarmee ik heb gespeeld toen ik jong was. Ik vind het jammer dat zij dat niet hebben meegemaakt.

Wat hebben zij gemist?
Kleine dingetjes. Als het vroeger vroor, waren we alleen maar op het ijs te vinden in de stad, met een erwtenschieter of een pijlenschieter. Dat zie ik niet meer terug. Ik ben ook blij dat ik de eerste Nintendo heb meegemaakt, of de Atari, de Sega, de minidisk, de walkman, de discman. Zo kan ik uren doorgaan over van alles wat ik heb meegemaakt, wat die gasten nooit mee gaan maken of in hun handen gaan krijgen.

Of als ik nu mijn muziek opzet in de kleedkamer, R. Kelly of Tupac bijvoorbeeld, hoor ik ze roepen: “Hé dat is oud man!” Dan moet ik lachen en mogen ze hun eigen muziek opzetten. Het is anders, maar leuk dat ik deze nieuwe generatie nog mag meemaken als voetballer. Ik word in september 36 en er zitten spelers van zeventien en achttien in de selectie. Die hadden mijn kind kunnen zijn, bij wijze van spreken.

Waarin is deze generatie beter dan je eigen generatie?
Ik heb het idee dat ze sneller volwassen moeten worden en dat ook doen. Het jeugdige gaat er heel snel vanaf. Misschien is dat iets positiefs, misschien ook niet. Maar het is wel opvallend. De wereld wordt steeds harder, niet alleen in de voetballerij.

Waaraan merk je het dat deze jongens sneller volwassen zijn?
Op mijn zeventiende had ik altijd een bal in mijn handen. Voor en na de training ging ik weer voetballen in de wijk. Nu zie ik ze al met bepaalde merken lopen, waarvan ik op mijn zeventiende niet eens wist dat ze bestonden. Ze zijn al aan het daten, zitten in cafés en regelen van alles met hun telefoon, terwijl wij nog met groepjes aan het voetballen waren, buurt tegen buurt.

In welke buurt ben jij opgegroeid?
Den Bosch-Noord, dat is een vrij rustige buurt met kinderen van allerlei afkomsten, gewoon een beetje multicultureel. We voetbalden er bijvoorbeeld op straat met de Marokkaanse jongens tegen de Turkse of Nederlandse jongens. Of we speelden met de hele buurt op een grasveldje tegen andere buurten, met de jassen als goals. Soms piste er een hond over die jassen als hij langskwam, dat was wel leuk. Behalve toen mijn jas een keer aan de beurt was.

Gingen die partijtjes van buurt tegen buurt er heftig aan toe?
Dat ging er dodelijk aan toe, haha. Af en toe speelden we voor een milkshake of frisdrank en chips. De verliezer moest dan een blikje 3S en een chipszak van 50 cent kopen voor de winnaar. Voor een gulden was je helemaal klaar.

Was je de beste toen, op de pleintjes en veldjes van Den Bosch-Noord?
Ja. De meest gedreven ook. Ik was degene die als eerste bij de garage of op het grasveldje stond. Mede door mij kwamen er ook van die pinnen op de garages, omdat we die garages helemaal kapot schoten. Ik heb nog zelfs een flink litteken uit die tijd. Er woonde daar een man die onze voetballen altijd met een mes kapot scheurde als ze in zijn tuin belandden. Ik had een keer een nieuwe bal die in zijn tuin vloog, maar ik dacht: die gaat hij mooi niet kapot maken.

Dus ik klom over de muur, over het prikkeldraad en pakte die bal. Maar toen kwam die man naar buiten en wilde ik snel vluchten. Ik voelde het toen niet door de adrenaline, maar toen ik thuis kwam zat ik onder het bloed, omdat ik tijdens het vluchten langs het prikkeldraad was gekomen.

Je hebt tussen 2014 en 2016 in Marokko gespeeld bij Moghreb Tétouan. Wat vond je van de Marokkaanse voetbalcompetitie?
De Marokkaanse competitie is qua niveau wat minder dan de Eredivisie, maar fysiek heel zwaar, met af en toe heel moeilijke velden. De entourage vond ik geweldig. Het voetbal leeft in Marokko iets meer dan in Nederland. Toen we kampioen werden met Moghreb Tétouan, was het net alsof we ons met het land plaatsten voor het WK. Het feest zag eruit zoals het hier op de Coolsingel gaat als Feyenoord kampioen wordt, maar dan ietsje gekker.

Ik zie weleens beelden van Marokkaanse ultras langskomen op Youtube, dat ziet er heftig uit.
Ja, de Marokkaanse ultras staan in de top van de wereld. Dat zegt wel genoeg, eigenlijk.

Heb je je in de Marokkaanse supporterscultuur verdiept?
In het begin, toen ik naar Marokko kwam, heb ik me ingelezen. Ik wilde natuurlijk wel weten waarin ik terechtkwam. Het was soms wel heftig, moet ik zeggen. Toen we een keer met 0-1 hadden gewonnen bij Raja Casablanca, werden de spelers van Raja Casablanca bekogeld met stenen. Ze mochten de kleedkamers niet in. Wij waren natuurlijk feest aan het vieren, maar de spelers van Raja Casablanca hebben nog een uur, anderhalf uur op het veld gestaan, totdat ze onder begeleiding de kleedkamers in konden.

En jullie eigen supporters?
Ik moet zeggen dat onze eigen supporters wel relaxed waren.

Hoe had je het in die tijd buiten de sport?
Ik heb daar persoonlijk een mooi leven gehad. Ik zat elke dag in de zon, heerlijk verse biologische fruit en groenten te eten. Het komt rechtstreeks van de grond op je bord, bij wijze van spreken. Mijn gezin was ook mee, want mijn kinderen waren toen nog niet leerplichtig. Dat was ideaal. We woonden op een complex vlakbij het strand, in een huurhuis dat de club had geregeld, met een zwembad. Het was een soort vakantieoord. Maar ik heb in die jaren door het voetballen ook een heel andere kant van het leven gezien.

Welke kant van het leven heb je daar gezien?
Doordat we in de Afrikaanse Champions League speelden, kwam ik in landen als Congo, Kameroen, Egypte, Nigeria en Mali, waar het contrast heel groot is tussen het voetbal en het leven. In Congo kwamen we bijvoorbeeld in een superdeluxe stadion, mooier dan wat we hier hebben, maar als je erbuiten kwam was het een en al zand en krotten. Dat contrast was zo groot, absurd eigenlijk.

Ik kwam er ook in gebieden waar de oorlog net uit was gebroken. In Nigeria zaten we bij Boko Haram in de buurt. We mochten het hotel niet uit en letterlijk iedereen in het hotel liep met mitrailleurs. Daarbuiten werden we met escortbegeleiding naar het stadion gebracht, wat eigenlijk best wel eng was. Dat is echt een hele andere wereld. Maar goed, ik heb dat allemaal wel meegemaakt en dan besef je hoe goed je het eigenlijk hebt in het leven. Het was niet alleen sportief goed om mee te maken.

Heb je weleens gedacht: wat doe ik hier?
Ja, toen ik in Nigeria aankwam, had ik wel angst. Ik was heel die wedstrijd eigenlijk vergeten. Die angst, dat gevoel overheerst gewoon, daar kan je niks aan doen. In Soedan kwamen we bijvoorbeeld in bedrukt weer aan op een druk vliegveld, waar geen stoelen waren en iedereen op de grond lag. Het was net een opvang. Als ploeg hadden we ook ons eigen eten mee. Het voelde gewoon niet goed om in zulke landen het eten te eten dat je voorgeschoteld krijgt, al was het misschien wel gewoon goed. Dat soort dingen maak je mee.

Het klinkt als een intense periode.
Het was intens, maar ik ben heel blij dat ik het heb meegemaakt. Dat hoort bij de persoon die ik nu ben. Het heeft me gevormd, al was het maar twee jaar. Ik ben moslim en geloof er sowieso heel heilig in dat je heel blij moet zijn met wat je hebt. Dat wordt daar hard benadrukt, want andere mensen hebben het echt veel en veel minder.

Ben je van plan Marokko straks als supporter achterna te reizen naar het WK?
Een vriend van me vroeg dat laatst toevallig ook, maar ik weet het nog niet, omdat ik nog moet besluiten of ik na dit seizoen doorga als voetballer. Ik doe nu ook mijn trainerscursus, waarvoor ik stage loop bij Excelsior onder 19, bij Marinus Barendregt. Daar leer ik hartstikke veel van. Voor die cursus heb ik straks examens. Dat zijn allemaal dingen die meespelen.

Wil je uiteindelijk hoofdtrainer worden?
Ik moet eerlijk zeggen dat ik de trainerscursus heel blanco in ben gegaan om te kijken of ik het leuk zou vinden. De eerste vier weken waren moeizaam. Ik dacht: pff, waar ben ik beland? Maar daarna pakte ik dingen op en ging ik stage lopen. Het ging me redelijk makkelijk af, waardoor ik het leuker begon te vinden. Achteraf gezien heb ik het eerste deel, de TC3, heel makkelijk gehaald.

Ik sprak laatst met Milano Koenders, toen kwam het gebrek aan diversiteit onder hoofdtrainers in Nederland naar voren. Dat ging toen over trainers met Surinaams bloed, maar met Marokkanen is dat natuurlijk precies hetzelfde.
Dat is inderdaad precies hetzelfde. Ik moet heel eerlijk zijn dat dat voor mij eerst een overweging was. Waarom zou ik die trainerscursus gaan doen als Marokkaanse hoofdtrainers geen baan hebben? Je hebt wel Marokkaanse trainers, maar die zitten niet op het hoogste niveau. Ik besloot daarom eerst om de cursus niet te gaan doen, omdat je waarschijnlijk niet de kans krijgt. Maar toen dacht ik: waarom moet ik het opgeven? Het zou juist mooi zijn om dat te doorbreken.

Best wel heftig, dat dat een overweging was om de cursus niet te doen.
Ja, maar het is een gegeven. Het is er gewoon, dat kunnen we niet ontkennen. Bij bijna elke eredivisieploeg heb je nu bepalende Marokkaanse spelers. Waarom zou daar geen Marokkaanse trainer bij passen? Ik hoop dat ik daar een rol van betekenis in kan spelen.

Wat moet er gebeuren om verandering te brengen in die scheve verhoudingen?
Er is nog niet genoeg vertrouwen in Marokkaanse trainers. Misschien moet er eerst een Marokkaanse trainer met een bepaalde naam de kans krijgen. Nourdin Boukhari zit bijvoorbeeld bij mij op de cursus. Hij heeft een topcarrière gehad, dus misschien dat hij die stap kan zetten. Misschien waren er hiervoor nog te weinig Marokkaanse spelers met zo’n carrière in Nederland. Ik hoop dat wij daar verandering in kunnen brengen.

Jij hebt als voetballer lang de stempel van een moeilijke jongen gehad, nadat je bij Roda JC eens op een training ruzie kreeg met Bram Castro. Hoe kijk je daar op terug?
Weet je wat het gekke is? Wat er tussen mij en Castro gebeurde, was niet meer of minder dan wat er een paar weken geleden bij Feyenoord op de training gebeurde. Feyenoord heeft nu dezelfde technisch directeur als ik toen bij Roda JC (Martin van Geel, red.). Ik werd destijds geschorst. De twee spelers die ruzie kregen op de training van Feyenoord (Steven Berghuis en Sven van Beek, red.) zie ik nog gewoon in de basis staan.

Aan de ene kant heeft het misschien met de tijd te maken, dat er nu op trainingen meer getolereerd wordt dan toen. Aan de andere kant zijn in Nederland de contrasten groot tussen hoe de ene wordt beoordeeld, vergeleken met de ander. Iemands achtergrond speelt daarin vaak een rol. Dat is al eeuwen zo. Ik denk wel dat dat steeds iets minder wordt per generatie. Het leven in Nederland wordt gelukkig steeds multicultureler en de voetballerij ook.

Hoe voelt het om zo’n stempel te hebben?
Nou, weet je wat het is? Ik ben nu 35 en heb heel veel meegemaakt in mijn leven. Als ik op mijn achttiende uit wilde gaan, werd ik ook geweigerd voor niks. “Alleen maar vaste klanten,” hoorde ik dan van de portier, of: “Ik ken jou niet.” De gekste redenen. Dat geef je een plaats en je gaat gewoon weer verder. Dat is met die stempel in de voetbalwereld precies hetzelfde. Je geeft het een plaats en gaat gewoon weer verder.

Het maakt je uiteindelijk sterker en wijzer. Als ik bijvoorbeeld in gezelschap zeg dat het uitfluiten van Hakim Ziyech ook deels komt doordat hij een bepaalde afkomst heeft, vragen Nederlandse jongens me altijd hoe ik dat kan zeggen. Dan zeg ik: “Weet je, eigenlijk zou je een weekje mee moeten lopen als Marokkaan. Dan pas weet je het.” Als je het niet hebt geleefd, kan je het je niet voorstellen, dus je geeft het een plaats en gaat verder. Daarvoor moet je sterk in je schoenen staan, anders ga je er aan onderdoor.

Hoe geef je het een plaats?
Je voetbalt en zet nog een stapje harder, probeert nog meer goals te maken en zo probeer je je gelijk te halen. Ik denk dat ik mijn gelijk heb gehaald door het feit dat ik op mijn 35ste nog steeds voetbal en nog steeds belangrijk ben. Meer gelijk kan je niet halen. Dat geeft voldoening, waardoor het makkelijker is om het een plaats te geven. Je zet het om in iets positiefs, zoals dat ook in het echte leven gaat.

Logo